Waar kunnen we je mee helpen?

Ben je naar iets specifieks op zoek? Vul hieronder je zoekterm in en we helpen je graag verder.

Vernieuwers
Werken

Onvoldoende begeleidingscapaciteit voor stages; scholen ondersteunen bij begeleiding

Kopieer de link
Link gekopieerd naar klembord
Twee vrouwen zitten gebogen over een map

Zorgorganisaties willen studenten die bij hen stage lopen graag goed begeleiden. Maar in de praktijk is er, mede door een hoge werkdruk en een tekort aan personeel, vaak weinig ruimte om studenten optimaal te begeleiden. MBO College West is daarom een project gestart waarbij de school ondersteunt bij de begeleiding van studenten tijdens hun stage. ‘We ontzorgen zorgorganisaties en helpen studenten beter op weg tijdens hun beroepspraktijkvorming.’

Een poule van praktijkbegeleiders van MBO College West, onderdeel van het ROC van Amsterdam, is in februari gestart met het begeleiden van studenten tijdens hun stage. De

BPV

BPV staat voor beroepspraktijkvorming. Tijdens een mbo-opleiding doe je praktijk- en werkervaring op bij een erkend leerbedrijf en op een geaccrediteerde werkplek, dit wordt beroepspraktijkvorming genoemd. 

-begeleiders Onderwijs begeleiden ieder zo’n 40 studenten. ActiZ spreekt erover met Hanny Vroom, Jolanda Vrolijk en Helena Schuengel van het ROC van Amsterdam.

Droom die uitkomt

Hoe werkt het nu precies? Begeleiders vanuit het mbo-college nemen een deel van de begeleiding over van praktijkbegeleiders van het leerbedrijf. Het leerbedrijf, de zorgorganisatie, blijft verantwoordelijk voor de werkinhoudelijke begeleiding van studenten. Maar de school ondersteunt bij andere onderdelen van de stagebegeleiding, zoals gesprekken over werkhouding of reflectie op het verloop van de stage. Voor Hanny Vroom, directeur Onderwijs van MBO College West, is dit project een droom die uitkomt. ‘In de hele zorg zien we een tekort aan begeleidingscapaciteit. Dit komt door bezuinigingen uit het verleden en een structureel personeelstekort. Maar ook corona zorgt ervoor dat er minder mensen beschikbaar zijn om studenten te begeleiden. De handen aan het bed zijn ontzettend hard nodig, dus praktijkopleiders worden vaak weggetrokken om op de vloer bij te springen’, aldus Vroom.

Alle tijd is voor de studenten

Hanny Vroom

\

Directeur Onderwijs van MBO College West

‘Daarom willen wij als school een grotere rol spelen bij de stagebegeleiding. Wij kunnen het makkelijk en goed organiseren.’ De school werkt met een poule van praktijkbegeleiders die vanuit het werkveld komen of ervaring hebben in het onderwijs. ‘Het gaat om een groep mensen met als enige taak het begeleiden van studenten.  Zo kunnen zij niet worden weggetrokken omdat ze een les moeten geven of omdat ze in de zorg moeten bijspringen. Alle tijd is voor de studenten.’

Eerste aanspreekpunt

In de praktijk ziet dat er als volgt uit. Jolanda Vrolijk, hoofd van het beroepspraktijkvormingsbureau, licht toe: ‘De begeleiders starten vanuit het MBO college om daarna studenten te begeleiden bij de zorglocatie waar zij stage lopen. Ze gaan met studenten in gesprek en ontmoeten daar ook de praktijkopleider of werkbegeleider die vanuit het leerbedrijf, de zorgorganisatie, betrokken is.’ De BPV-begeleider is het eerste aanspreekpunt, voor zowel de student als de zorgorganisatie. Vrolijk: ‘De begeleider is beschikbaar voor vragen over bijvoorbeeld stageopdrachten. Maar ook als de student ziek is of er iets anders speelt, pakt de begeleider dat op.’

De school en de zorgorganisatie werken op deze manier veel meer samen, vertelt Vrolijk. ‘Samen met het leerbedrijf bekijken we hoe we de student zo goed mogelijk kunnen begeleiden. Hoe richt de organisatie de ontvangst van studenten in? Hoeveel ruimte is er voor feedback en hoe wordt die door het leerbedrijf aan de student gegeven? Zulke zaken worden gezamenlijk besproken, er wordt daardoor veel meer samen opgegaan.’ 

Eerstejaars

Het project is vooral voor eerstejaars studenten een hele mooie uitkomst. Vrolijk: ‘Eerstejaars studenten komen vaak moeilijk aan een stageplek in de zorg. Niet omdat organisaties niet willen, maar omdat ze de ruimte niet voelen om de eerstejaars student te begeleiden.’ Toch is die eerste kennismaking met het vak in het eerste jaar essentieel, stelt Vrolijk. ‘Studenten komen binnen, zijn jong, hebben gekozen voor een beroep in de zorg maar weten nog niet wat dat precies inhoudt. Terwijl juist de stageperiode in het eerste leerjaar een beeld geeft of het beroep bij hen past.’

Door studenten goed te begeleiden, zorgen we ervoor dat ze interesse in het beroep én hart voor de zorg krijgen

Jolanda Vrolijk

\

Hoofd beroepspraktijkvormingsbureau

‘Als de begeleiding niet helemaal goed is georganiseerd, omdat er bijvoorbeeld geen tijd is voor reflectie of feedback, maakt het dat studenten soms wat teleurgesteld zijn in hun beroepskeuze. Terwijl ze niet voor niets gekozen hebben voor een opleiding in de zorg’, aldus Vrolijk. ‘Studenten die uitvallen geven bijvoorbeeld aan dat ze ruimte missen voor het bespreken van opdrachten. Door als school de regie op de begeleiding te nemen, kunnen we die ruimte makkelijker creëren. De begeleiders zijn er voor hun studenten, maar kunnen ook zorgorganisaties ondersteunen in het goed ontvangen en welkom heten van studenten.’

Financiering

De school en het leerbedrijf hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het opleiden van de praktijk. Helena Schuengel, projectleider van de poule van praktijkbegeleiders, licht toe: ‘Met dit project is het mogelijk om beter de verwachtingen af te stemmen tussen student, zorgorganisatie en opleiding. Met elkaar onderzoeken we hoe we zo optimaal mogelijk studenten begeleiden en het systeem eromheen zo effectief mogelijk in kunnen richten. Dat noemen we functioneel begeleiden.’ Door functioneel te begeleiden kunnen er meer studenten worden begeleid. Schuengel: ‘Dat is nodig, want de arbeidsmarkttekorten nemen toe en minder mensen moeten evenveel werk verrichten. Daarom moeten we innovatief omgaan opleiden. Ik zie dit project als een mooie voorloper van wat er gaat komen in de toekomst.’ Andere scholen zullen zeker aan gaan sluiten.   

Vroom: ‘Maar het moet wel betaald worden. Dankzij budget vanuit het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) kunnen we dit project in 2022 bekostigen. We willen aantonen dat dit een goed model is en onderzoeken hoe we dit structureel gaan inzetten en waar dat geld dan vandaan komt.’ Jolanda Vult aan: ‘Als studenten goed begeleid worden, zorgen we ervoor dat ze interesse krijgen in het beroep en een hart voor de zorg krijgen én houden. Dat is waar we voor gaan.’