Waar kunnen we je mee helpen?

Ben je naar iets specifieks op zoek? Vul hieronder je zoekterm in en we helpen je graag verder.

Werken 5 vragen aan

Mathieu Prevoo: 'De toekomst van de specialist ouderengeneeskunde ligt buiten het verpleeghuis'

5 vragen aan Mathieu Prevoo, specialist ouderengeneeskunde, over meer aandacht voor ouderengeneeskunde in de opleiding

Kopieer de link
Link gekopieerd naar klembord
Mathieu Prevoo geeft les aan aios

De specialist ouderengeneeskunde is de dokter van de toekomst. Toch is dat in de geneeskundeopleiding nog te weinig zichtbaar. Terwijl zo’n 70% van de artsen niet in het ziekenhuis werkt. Waarom meer aandacht voor ouderengeneeskunde belangrijk is vragen we aan Mathieu Prevoo. Hij is naast specialist ouderengeneeskunde ook bestuurder Wetenschap en Opleiding bij Verenso en opleider-docent bij FHML/ Universiteit Maastricht.

1

In het opleidingscurriculum voor geneeskundestudenten is (nog) te weinig aandacht voor ouderengeneeskunde. Hoe komt dat?

'De belangrijkste oorzaak is mijns inziens dat het onderwijs nog steeds erg traditioneel en klassiek is georganiseerd. Met name ziekenhuisspecialisten en senior onderzoekers bepalen de oriëntatie en leiden aios op voor hun eigen vakgebied. Terwijl het doel zou moeten zijn: basisartsen opleiden, die niet alleen nosologisch leren kijken (er is een probleem en een oplossing), maar juist ook functioneel: hoe verbeteren we de omstandigheden.

Het onderwijs zou veel meer gericht moeten zijn op het stimuleren van een brede oriëntatie van de student. En gerichtheid op professioneel gedrag en maatschappelijke betrokkenheid zou eerder een integraal onderdeel van de opleiding moeten zijn. In het nieuwe raamplan artsopleiding 2020 wordt nu gelukkig een lans gebroken voor meer en eerder onderwijs in de ouderengeneeskunde.'

2

Hoe belangrijk is het om juist in een krimpregio als Zuid-Limburg de opleiding tot Specialist Ouderengeneeskunde te hebben?

'Iedere faculteit geneeskunde zou alle specialisaties in huis moeten hebben. Bij ouderengeneeskunde heeft dat te lang geduurd, die specialisatie zat voornamelijk in de middenas van Nederland. In zuidelijk Limburg ligt de vergrijzing rond de 12%, terwijl dit landelijk rond de 8% is. Een verjonging, ook in het artsenbestand, is dus hard nodig. In Limburg, maar ook in Groningen, zijn we daarom blij met deze ontwikkeling, want rondom faculteiten vestigen zich de meeste jonge dokters.'

3

Hoe zou de ideale praktijkleeromgeving eruit moeten zien?

'De ideale leeromgeving bestaat voor mij uit drie dingen: een gedifferentieerd aanbod, vrijheid en veiligheid. Differentiatie zorgt voor een veel breder beeld van het vak. Als je de ene dag met dementieproblematiek te maken hebt, de volgende dag met revalidatiezorg, dan met parkinson en eerstelijns consulten, dan pas kun je je echt identificeren met het vakgebied.

Studenten moeten de vrijheid krijgen om die dingen te doen waarvan ze denken ‘dat kan ik wel’. Dat vraagt om korte lijnen tussen de student en de opleider. On the job zaken mogen uitdiepen helpt ook om hun nieuwsgierigheid te bevredigen.

Een veilige leeromgeving creëer je door veel interactie, intervisie en goede leergesprekken. Als opleider moet je in staat zijn om wat je zelf weet aan anderen te kunnen leren en daarvoor moet je de materie doorgronden en begrijpen. Ik praktiseer de taxonomie van Bloom*, een manier om te begrijpen, toe te passen, analyseren. Met die benadering kun je je studenten op een veel volwassener en academische manier prikkelen.'

4

Hoe kunnen we het vak ouderengeneeskunde aantrekkelijk(er) maken voor jonge artsen?

'Het is al een aantrekkelijk vak met normale werktijden, een holistische benaderingswijze van de patiënt en de mogelijkheid tot sub-specialisatie, zoals geriatrische revalidatiezorg, probleemgedrag, en hospicezorg. En de mogelijkheid om de uitoefening van het vak te combineren met een management- of bestuursfunctie. Het specialisme verdient meer maatschappelijke waardering en een hogere salariëring. Zo krijgt het vak een betere ‘ranking’ en meer aandacht bij jonge artsen.

De jonge specialisten ouderengeneeskunde, zoals Olav Schuth, zijn de beste ambassadeurs. Zij zijn maatschappelijk geëngageerd, willen een verschil maken en kunnen heel goed voor het voetlicht brengen dat ons vak ertoe doet.'

5

Hoe zie je de ontwikkeling van het vak?

'De beweging zit natuurlijk in extramuralisering. De klassieke verpleeghuisarts heeft plaatsgemaakt voor de specialist ouderengeneeskunde die zowel binnen als buiten het verpleeghuis werkzaam is, gericht is op samenwerking en aansluit bij wat maatschappelijk belangrijk is.

Begin dit jaar kwam het Ministerie van VWS met het advies ‘Oud en zelfstandig in 2030. Een reisadvies’. Daarin lees ik terug dat ook de overheid meer ouderenzorg aan de voordeur wenst. In Maastricht en in Nijmegen neemt de vakgroep Huisartsgeneeskunde de vakgroep Ouderengeneeskunde al op sleeptouw. Een mooie ontwikkeling die ervoor zorgt dat beide vakgebieden in verbinding komen met elkaar. In mijn praktijk in Sittard betekent het dat we huisartsen ontzorgen op het gebied van complexe zorgvraagstukken bij ouderen door middel van eerstelijns consultatie.

Juist daar moeten we ons manifesteren, aansluiten bij wat de maatschappij vraagt, omdenken. Hoe dan ook raakt het de kern waarvoor iedere dokter opgeleid wordt: het zo goed mogelijk doen voor je patiënten.'

Meer informatie: