Waar kunnen we je mee helpen?

Ben je naar iets specifieks op zoek? Vul hieronder je zoekterm in en we helpen je graag verder.

Veel gezocht: CAO IZA Duurzaamheid
Door de ogen van
Werken leestijd 1 min

`Ik probeer de laatste levensfase draaglijker te maken’

Lenie Koning, verpleegkundige palliatieve zorg

Kopieer de link
Link gekopieerd naar klembord
Handen

De meeste mensen die ongeneeslijk ziek zijn, willen hun laatste levensfase het liefst thuis doorbrengen. Om dat mogelijk te maken, hebben ze intensievere thuiszorg nodig. Lenie Koning, verpleegkundige palliatieve zorg in Eindhoven, merkt dat ze veel voor deze mensen kan betekenen. `Bij reguliere wijkverpleging sturen we zoveel mogelijk aan op zelfredzaamheid maar deze cliënten hebben juist steeds meer zorg en ondersteuning nodig.’

Dit is de wijkverpleging

Dagelijks gaan duizenden wijkverpleegkundigen en verzorgenden op pad om mensen thuis zorg en ondersteuning te bieden. Ze hebben een uniek en belangrijk beroep en zijn eigenlijk de enigen in de zorg die zo vaak achter de voordeur van mensen komen. De wijkverpleging helpt mensen zelf regie te houden op hun leven, juist wanneer dat lastig is. Ook is de wijkverpleging belangrijk voor ons zorgstelstel: ze voorkomt ziekenhuisopnames, ontlast huisartsenpraktijken en zorgt dat mensen na een ziekenhuisbehandeling thuis verder kunnen herstellen. In de reeks ‘Dit is de wijkverpleging’ lees je meer over het gevarieerde werk van wijkverpleegkundigen.

Lenie Koning (63) werkt al vele jaren bij Sint Annaklooster, een organisatie die zich vooral richt op ouderenzorg in de regio Eindhoven en Helmond. Ooit begon ze als ziekenverzorgende in een verpleeghuis. Daarna kwam ze in de thuiszorg waar Sint Annaklooster haar de gelegenheid bood zich om te scholen tot verpleegkundige, uiteindelijk gespecialiseerd in de palliatieve zorg. `In mijn geval gaat het doorgaans om jongvolwassenen en ouderen met ongeneeslijke kanker, vergevorderde COPD of ernstig hartfalen. Je bespreekt wat ze graag willen, of ze bijvoorbeeld de gang naar het ziekenhuis nog willen maken en wat ze van het ziekenhuis verwachten. Willen ze die ziekenhuiszorg nog wel of durven ze geen nee te zeggen tegen een behandelend arts en zouden ze liever thuis willen blijven?’

Surprise Question

Palliatieve zorg begint op het moment dat genezing niet meer mogelijk is. In het begin is deze zorg niet anders dan andere zorg, maar naarmate een ziekteproces vordert, wordt de zorg intensiever, vertelt Koning. `Neem een COPD-patiënt die steeds vaker exacerbaties krijgt. Bij dergelijke longaanvallen worden de klachten ernstiger en die kunnen leiden tot ziekenhuisopnamen en toenemend antibioticagebruik. Vanaf dat moment kun je als verpleegkundige de Surprise Question stellen: zou het mij verbazen als deze patiënt over een jaar niet meer leeft? Bij een ontkennend antwoord ga ik in gesprek met de patiënt en de huisarts en is er sprake van palliatieve zorg. Daarna maak ik een plan zodat iedereen die betrokken is bij de zorg weet wat wanneer te doen. Daarbij betrek ik ook het sociale netwerk van die persoon. Ik nodig die mensen uit en laat ze groeien in dat proces. Thuis overlijden moet wel verantwoord gebeuren.’

Thuis overlijden moet wel verantwoord gebeuren

Lenie Koning

\

verpleegkundige palliatieve zorg

Vroeger stierven mensen vaak in het ziekenhuis, nu neemt de vraag naar palliatieve en terminale zorg thuis toe

Lenie Koning

\

verpleegkundige palliatieve zorg

Mooie momenten

Het valt Koning op dat de vraag naar palliatieve en terminale zorg thuis toeneemt. `Vroeger stierven die cliënten vaak in het ziekenhuis. Nu mensen weten dat dit ook thuis mogelijk is, maken ze daar dankbaar gebruik van. Eigenlijk is dit ook de wens van ziekenhuizen omdat die zich primair richten op behandeling en herstel. Daarom zullen artsen de mogelijkheid van palliatieve zorg thuis eerder bespreken met de cliënt.’ Zelf merkt Koning dat haar werk als verpleegkundige palliatieve zorg thuis zeer waardevol is voor cliënten en hun naasten. `Ondanks alle verdriet, pijn en angst kun je mooie momenten en herinneringen creëren. Zo was er een man met kanker die al lange tijd op bed lag. Ik merkte dat de zoon nauwelijks contact meer met zijn vader had en dat hij hem graag eens uit bed wilde zien. Dat heb ik later met de cliënt besproken. Toen hij aangaf dat hij dit wilde, hebben we hem uit bed geholpen. Zoon en vader zaten hoofd tegen hoofd tegenover elkaar. Toen zei hij zachtjes met gebroken stem: `Wat waren we toch hooligans hè?’ Later vertelde de zoon mij dat ze altijd fanatieke PSV-fans zijn geweest. Dat moment van saamhorigheid heeft mij echt geraakt.’