Elektronische gegevensuitwisseling: ‘Het moet gewoon simpel werken’
Zorgbestuurder Jef Mol over de wet elektronische gegevensuitwisseling
Elektronische gegevensuitwisseling: ‘Het moet gewoon simpel werken’ keyvisual
Binnenkort debatteert de Tweede Kamer over de nieuwe Wet elektronische gegevensuitwisseling in de zorg (Wegiz). Een mooie aanleiding om het te hebben over het belang van elektronische gegevensuitwisseling voor de ouderenzorg. Hoe zorgen we ervoor dat zorgprofessionals de juiste informatie op de juiste plek, op het juiste moment krijgen? Vijf vragen aan Jef Mol, bestuurder van Santé Partners en lid van de ActiZ themacommissie Digitaal Denken en Doen over elektronische gegevensuitwisseling.
Waarom is goede elektronische gegevensuitwisseling juist nu zo belangrijk?
‘Als samenleving staan we voor een grote opgave. Het aantal ouderen groeit, net als hun behoefte aan zorg. Terwijl het aantal mensen dat die zorg kan leveren juist afneemt. Daarom moeten we de zorg anders organiseren. Digitale toepassingen bieden daarvoor heel veel mogelijkheden, onder meer voor het vergroten van de eigen regie van cliënten en het verminderen van administratieve lasten voor medewerkers. Ook is goede en veilige uitwisseling van informatie nodig om die digitale technologie verantwoord in te zetten.’
‘Daarnaast zie ik dat we steeds meer op weg zijn naar netwerkzorg. Als een cliënt ergens zorg krijgt, en een andere organisatie of professional moet die zorg overnemen, dan moeten we ervoor zorgen dat de juiste informatie beschikbaar is om die zorg naadloos door te laten gaan. Dat is wat we willen regelen.’
Wat levert het op?
‘Als elektronische gegevensuitwisseling goed geregeld is, kunnen zorgprofessionals sneller beschikken over de juiste informatie, voor de juiste zorg op de juiste plek. In de verpleging, verzorging en thuiszorg is veel sprake van samenwerking tussen verschillende zorgverleners rond de zorg voor cliënten en patiënten. Patiënten revalideren of herstellen in de VVT na operaties of krijgen zorg aan huis in samenspraak met medisch specialisten, huisartsen, fysiotherapeuten of andere zorgverleners. Voor hen is toegang tot de juiste gegevens cruciaal om goede zorg te kunnen bieden op het moment dat dat nodig is. Daarnaast willen cliënten zelf ook kunnen beschikken over hun eigen gezondheids- en zorggegevens. Het veilig uitwisselen van medische gegevens is daarom essentieel.’
Waar gaat het op dit moment mis? Waar kan de gegevensuitwisseling beter?
‘Simpel gezegd hebben we nog géén goed werkende digitale snelweg waarop allerlei soorten gegevens kunnen worden uitgewisseld, met heldere spelregels voor iedereen. Een overdracht gaat nu vaak nog op papier of via de e-mail. Dat leidt voor zorgprofessionals tot onnodig overtypen en eindeloos zoeken en bellen voor informatie over de cliënt. Dat is een tijdrovend en foutgevoelig proces. Dat kan én moet slimmer en toekomstbestendiger. Daar werken we nu in Nederland heel hard aan door het maken van standaarden en infrastructuren.’
‘Daarnaast hebben we het nu nog over eenmalig uitwisselen van gegevens, maar we zien dat de behoefte aan continu eenvoudig samenwerken, ondersteunt door goede gegevensuitwisseling in het netwerk met professionals, heel groot is. Bij Santé Partners werken we binnen regionale samenwerkingsverbanden aan digitaal samenwerken tussen zorgprofessionals. Soms zijn die samenwerkingsverbanden al formeel ingeregeld, zoals in Utrecht met Trijn. Maar we proberen dat ook van de grond te krijgen in andere delen van ons werkgebied waar deze ontwikkeling nog niet zo ver is.’
Hoe kan de Wegiz zorgprofessionals en zorgorganisaties helpen?
‘De Wegiz biedt wat mij betreft de kans om grote stappen vooruit te zetten. Al is het maar omdat de wet straks verplicht dat alle organisaties rondom een cliënt gegevens elektronisch uitwisselen. Dat vraagt voor sommige zorgorganisaties of ICT-leveranciers een grotere beweging dan anderen. Maar iedereen moet mee. Als de wet regelt dat elektronische gegevensuitwisseling goed en veilig kan, tussen zorgprofessionals onderling en tussen zorgprofessional en cliënt, dan heeft iedereen daar profijt van.’
Wat moet er echt in de wet de terugkomen?
‘We zijn als ActiZ ook nog wel kritisch op de Wegiz. Eerder zei ik al dat er geen goede digitale snelweg is. De Wegiz biedt de kans om bepaalde standaarden en ontwerpprincipes scherper voor te schrijven, maar doet dat nog niet. Ik zeg nóg niet, want ik ga ervan uit dat de overheid ervoor kiest dat in lagere regelgeving te borgen. Het wordt dan al gauw heel technisch, maar wat wij in ieder geval belangrijk vinden is dat er een open API-strategie komt zodat bronsystemen direct met elkaar kunnen uitwisselen, zonder dat hier weer allerlei tussenoplossingen van ICT-leveranciers voor nodig zijn.’
‘Daarnaast moeten we bepaalde generieke functies zo inrichten, dat ze infrastructuuronafhankelijk kunnen werken. Anders moeten zorgaanbieders op heel veel infrastructuren en systemen apart worden aangesloten met ieder hun eigen werkwijze en kosten, onwerkbaar en onbetaalbaar. Daarom zeggen wij dat die generieke functies open source ontwikkeld moeten worden zodat alle leveranciers ze kunnen toepassen. Een aantal softwareaanbieders in onze sector heeft zo’n oplossing ontwikkeld die infrastructuuronafhankelijk werkt. Wij omarmen die van harte. We geven allemaal heel veel geld uit aan zorg en we willen niet dat er onnodige ICT kosten worden gemaakt. Dat kan deels opgelost worden door slimme architectuur en generieke voorzieningen. In het geweld van alle techniek vind ik het vooral van belang dat we scherp blijven op wat we willen bereiken voor cliënten en professionals. Het moet gewoon simpel werken.