Zorg voor ouderen vraagt een brede blik van het nieuwe kabinet keyvisual
@RVD
Vandaag is het nieuwe kabinet Jetten aangetreden. Met de traditionele bordesfoto bij Huis ten Bosch is er afgetrapt. ActiZ feliciteert de nieuwe bewindspersonen en hoopt op een goede samenwerking rond de zorg voor ouderen. Vijf vragen aan ActiZ-voorzitter Anneke Westerlaken.
Er zit een nieuwe ministersploeg. Wat zijn de belangrijkste kansen (en risico’s) voor de zorg voor ouderen in deze nieuwe politieke fase?
Een nieuwe ministersploeg betekent altijd een nieuw momentum. Dat biedt kansen en er ligt ruimte om met frisse energie te kijken naar de grote opgaven in de ouderenzorg: de groeiende zorgvraag, de krappe arbeidsmarkt en de noodzaak om zorg anders te organiseren.
De kans zit voor mij vooral in het feit dat iedereen inmiddels ziet dat het echt anders moet. Dat we als samenleving vergrijzen is geen verrassing meer, dat blijkt ook uit het coalitieakkoord. Dat besef creëert urgentie om structurele keuzes te maken.
Het risico is dat we blijven hangen in korte termijnmaatregelen of incidentele oplossingen. De uitdagingen in de ouderenzorg zijn fundamenteel en vragen om een lange adem. Als we nu geen duidelijke koers kiezen, schuiven we de problemen alleen maar door. Een risico is dat toegankelijkheid en solidariteit in het geding komen, er moet dus niet gefocust worden op losse maatregelen. Wat ActiZ betreft ligt er met de zorgakkoorden een goede basis om op voort te bouwen.
Als je één of twee thema’s zou moeten noemen waar ActiZ de komende periode vol op inzet richting het kabinet, welke zijn dat en waarom juist die?
De eerste prioriteit is wat ons betreft de arbeidsmarkt. Zonder voldoende en goed ondersteunde medewerkers kunnen onze leden hun werk simpelweg niet doen. Dat betekent investeren in aantrekkelijk werkgeverschap, ruimte voor innovatie en vooral ook het verminderen van administratieve lasten.
Het tweede thema gaat over het organiseren van de zorg. We willen wet- en regelgeving die aansluit bij de praktijk. Zorgprofessionals moeten zich gesteund weten in keuzes die ze maken en mensen moeten houvast hebben over de toegankelijkheid van de zorg. Dat betekent overigens niet dat iedereen recht moet hebben op hetzelfde, maar wel dat er zorg en ondersteuning is die past bij iemands situatie en beschikbaar is voor de meest kwetsbaren. In het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg en de Visie eerstelijnszorg zijn hier afspraken over gemaakt, die wil ActiZ kunnen uitvoeren.
Deze twee thema’s zijn cruciaal, omdat ze direct raken aan de toegankelijkheid en kwaliteit van zorg.
Iedereen ziet dat de vraag naar ouderenzorg groeit. Welke keuzes moeten politiek en samenleving volgens jou durven maken om de zorg houdbaar én toegankelijk te houden? En wat is het eerste dat minister Sterk van Langdurige Zorg wat jou betreft moet doen?
We moeten af van het idee dat de zorg voor ouderen alleen een verantwoordelijkheid van zorgorganisaties is. Het is een maatschappelijke opgave.
Van minister Sterk van Langdurige Zorg verwacht ik allereerst duidelijkheid en consistentie. Geef richting. Zorg voor stabiel beleid, zodat organisaties durven investeren in innovatie en samenwerking. En pak de regeldruk zichtbaar en concreet aan, dat is iets waar medewerkers elke dag last van hebben.
Op wie ga je nog meer letten de komende tijd?
Oud worden is geen ziekte. Het is dus zeker niet zo dat we als ActiZ alleen letten op het ministerie van VWS. Oud worden gaat ook om goed kunnen werken, goed kunnen wonen en goed kunnen leven. Onderwerpen die we allemaal ook benoemd zien worden in het coalitieakkoord trouwens.
Ik ga dus zeker ook letten op minister Elanor Boekholt-O’Sullivan die als minister van Volkshuisvesting moet zorgen voor de komst van veel meer woonvormen voor senioren. Zonder passende woningen loopt de zorg vast.
En op minister Aartsen die als minister van Werk en Participatie eindelijk werk moet maken van goede wet- en regelgeving rond flexibele arbeid en het lonend maken van meer werken, om het organiseren van de zorg goed mogelijk te houden. De arbeidsmarkt is voor onze leden dé bottleneck. Wat daar gebeurt, heeft direct impact op de continuïteit van zorg.
Wat vraagt deze nieuwe politieke fase van zorgorganisaties zelf? Waar zie je kansen voor zorgorganisaties om samen het verschil te maken?
Deze fase vraagt ook iets van zorgorganisaties, van onze leden. We zullen zelf moeten blijven vernieuwen, samenwerken en soms ook durven loslaten wat we altijd zo deden. De toekomst van de zorg voor ouderen ligt niet in méér van hetzelfde, maar in anders organiseren. En daar zijn gelukkig al heel veel stappen in gezet.
Ik zie veel kracht bij onze leden: regionale samenwerking, inzet van technologie, nieuwe woonzorgconcepten, aandacht voor werkplezier. Als we die voorbeelden delen en samen optrekken, kunnen we richting politiek en samenleving laten zien dat de sector verantwoordelijkheid neemt. De politiek moet aansluiten bij deze beweging die al in gang is gezet.
Juist in deze politieke fase is het belangrijk dat we als ActiZ één duidelijke stem laten horen. Niet alleen over wat niet kan, maar vooral over wat wél kan, als we de ruimte krijgen.
ActiZ-voorzitter Anneke Westerlaken
De politieke hoofdrolspelers voor de zorg voor ouderen
De zorg voor ouderen is een gedeelde verantwoordelijkheid. Dat zien we ook terug in het kabinet, waar verschillende onderwerpen onder verschillende ministers vallen. De vier bewindspersonen in het kabinet Jetten die het belangrijkst zijn voor de zorg voor ouderen:
- Mirjam Sterk (CDA), minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport. Verantwoordelijk voor onder meer verpleegzorg (thuis en in het verpleeghuis). Ze zal ook moeten toezien op uitvoering van het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg en wil een nieuw akkoord sluiten met partijen die te maken hebben met de Wet langdurige zorg.
- Sophie Hermans (VVD), minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Haar belangrijkste verantwoordelijkheid is de ziekenhuiszorg en huisartsenzorg. Ze ziet toe op de uitvoering van het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord en is ook verantwoordelijk voor wijkverpleging.
- Elanor Boekholt-O’Sullivan (D66), minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening op het ministerie van Binnenlandse Zaken. Ze ziet erop toe dat er 100.000 woningen per jaar gebouwd worden, waaronder jaarlijks tienduizenden voor ouderen. De afspraak is dat er tot en met 2030 170.000 toegankelijke nultredenwoningen, 80.000 geclusterde woonvormen en 40.000 zorggeschikte woningen bijkomen. Dit moet mensen helpen goed zelfstandig oud te kunnen wonen en de vraag naar verpleeg(huis)zorg te beperken.
- Thierry Aartsen (VVD), minister van Werk en Participatie op het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Hij moet zorgen voor werkbare wet- regelgeving rond flexibele arbeid. Juist in een tijd van arbeidsmarktkrapte is het belangrijk dat het aantrekkelijk is om te werken in de zorg voor ouderen en dat wensen en mogelijkheden van medewerkers wel aansluiten bij wat er nodig is om de zorg te organiseren.