Wie mantelzorg als privézaak blijft zien, accepteert dat mensen overbelast raken
Reactie Chantal Beks, bestuurder Commissie Arbeid en Careyn op het SER-advies over mantelzorg
Wie mantelzorg als privézaak blijft zien, accepteert dat mensen overbelast raken keyvisual
Aan de ene kant hebben we iedereen nodig op de arbeidsmarkt en aan de andere kant moeten we meer voor elkaar zorgen. Dat wringt, zo blijkt opnieuw uit het recente advies ‘Mantelzorg en werk in een zorgzame samenleving’ van de Sociaal-Economische Raad (SER). Als het nieuwe kabinet hier niet de juiste balans in vindt, komt de ambitie om Nederland als sterke kenniseconomie te positioneren onder druk te staan.
In Nederland verlenen maar liefst vijf miljoen mensen mantelzorg. Twee miljoen combineren die zorg met betaald werk. Dat is een enorme groep — en die groeit door de dubbele vergrijzing. Daar komt bij dat mantelzorgers grotendeels vrouwen zijn, die bovendien bovengemiddeld vaak in de zorg werken. Er wordt aan twee kanten aan hen getrokken: de werkgever heeft hun inzet hard nodig, terwijl de samenleving een groot beroep doet op hun zorg voor naasten. Zij balanceren continu tussen zorgen en inkomen. De SER laat ons met andere woorden in haar rapport iets belangrijks zien: werk en mantelzorg zijn geen individuele puzzel, maar een gedeelde verantwoordelijkheid.
Toon begrip, demp de vraag
De SER adviseert het kabinet om dit probleem langs twee lijnen te benaderen. Ten eerste: vergroot kennis, compassie en begrip voor de spagaat van werkende mantelzorgers. Het gesprek over wat zij nodig hebben om hun werk goed te kunnen blijven doen moet net zo vanzelfsprekend zijn als dat het is in andere levensfasen, zoals bij zwangerschap. Als de dilemma’s rondom mantelzorg immers bespreekbaar zijn, wordt het bijvoorbeeld makkelijker om een dienst te ruilen wanneer iemand een naaste moet bijstaan bij een spoedbezoek aan het ziekenhuis. Het pleidooi is om het onderwerp “mantelzorg” in het gesprek binnen teams en tussen medewerkers en leidinggevende te normaliseren tot een gesprek dat bijdraagt aan de duurzame inzetbaarheid.
Ten tweede: voorkom dat mantelzorgers zelf overbelast raken. Dat vraagt om een gezamenlijke aanpak en soepele samenwerking. Als overheid en werkgevers moeten we mantelzorgers niet van loket naar loket en van website naar website laten dwalen. We moeten hen daadwerkelijk begeleiden met duidelijke informatie, voorspelbare ondersteuning en begeleiding bij ingewikkelde vraagstukken. Daarnaast is het essentieel om goed te zorgen voor onze zorgprofessionals, om zo uitstroom en uitval tegen te gaan.
Daar waar een continue appél gedaan wordt voor concreet overheidsbeleid, blijft het bij een beantwoording in mooie woorden, maar nog weinig vertaling in echte en praktische steun.
Harder nodig dan ooit
Uit de oplossingen die de SER voorstelt komt nog niet helemaal duidelijk naar voren wat wordt verwacht van de vrouw die in de zorg werkt en thuis mantelzorger is. Moet haar werkgever coulant en flexibel zijn als ze thuis nodig is? En hoe komt ze dan aan haar inkomen als het om een langdurige situatie gaat? Hoe kunnen we financiële rust bieden? En kunnen we zo’n steengoede zorgprofessional wel zo lang missen in de sector? Vragen die niet nieuw zijn en bij uitblijvend beleid vanuit de overheid in de praktijk nog steeds op het bord van de zorgorganisaties blijven liggen.
Het SER-advies laat in ieder geval zien dat het gesprek hierover urgenter is dan ooit. Het nieuwe kabinet moet hier werk van maken en met concrete maatregelen komen. En wie hier goed naar kijkt ziet iets heel pijnlijks. Daar waar een continue appél gedaan wordt voor concreet overheidsbeleid, blijft het bij een beantwoording in mooie woorden, maar nog weinig vertaling in echte en praktische steun. Uiteraard ligt de verantwoordelijkheid hiervoor breder dan in Den Haag alleen. Ook sectoren als het bedrijfsleven, de bouw en de technologiesector zullen moeten bijdragen aan oplossingen. Een brede coalitie van sociale partners presenteerde onlangs al een heldere vergrijzingsvisie: ‘Vergrijzing vraagt om duidelijke politieke keuzes’. Kortom: de schouders moeten er gezamenlijk onder voor de (werkende) mantelzorger.
Tot slot, wie mantelzorg blijft zien als iets prive’s, accepteert dat mensen pas steun krijgen als ze al overbelast zijn. En de uitval die dat tot gevolg heeft kost ons als werkgevers uiteindelijk nog veel meer. In productiviteit, vervanging etc. En dat in een arbeidsmarkt die al overbelast is. Het nu niet samen aan de slag gaan is daarmee op alle fronten niet langer te verantwoorden.