Waar kunnen we je mee helpen?

Ben je naar iets specifieks op zoek? Vul hieronder je zoekterm in en we helpen je graag verder.

5 vragen aan
Innoveren

José Geertsema is programmamanager innovatienetwerk Utrecht: ‘Het is broodnodig om ervaringen te delen in de ouderenzorg’

Kopieer de link
Link gekopieerd naar klembord
José Geertsema

Goede samenwerking is een belangrijke voorwaarde om innovatie in de zorg verder te brengen. In een reeks artikelen belichten we regionale samenwerkingsverbanden voor innovatie in de verpleging, verzorging en thuiszorg. Waar wordt aan gewerkt, wat is het doel en welke uitdagingen zijn er? Allereerst: het Innovatienetwerk Ouderenzorg Utrecht van de IVVU, een vereniging van VVT-organisaties in de regio Utrecht. Daar is José Geertsema werkzaam als programmamanager voor gerichte innovatie en duurzaam implementeren.

1

Wat is de motivatie voor het innovatienetwerk van de IVVU?

‘Bestuurders en managers zien dat de zorg niet meer zonder innovatie kan. Ze hebben vaak hoge verwachtingen van bepaalde technologische producten. Die verwachtingen zijn voor bewoners en medewerkers nog niet zo vanzelfsprekend. Zij koppelen innovaties juist aan onpersoonlijke zorg en kostenbesparing, en leggen daarbij niet de link met bijvoorbeeld verbetering van kwaliteit van leven. Om innovatie een succes te laten worden, moeten deze verwachtingen beter op elkaar worden afgestemd.’

‘Omdat leden van de IVVU met dezelfde knelpunten te maken hadden was het logisch gezamenlijk op te trekken in een innovatienetwerk. Het was niet duidelijk welke innovaties al bestonden, op welk gebied en bij welke organisatie. Ook werden ervaringen met bepaalde innovaties of succesfactoren voor goede implementatie niet of nauwelijks uitgewisseld. Er heerste schaamte, over gemaakte keuzes die niet goed hadden uitgepakt. Er was bijvoorbeeld een zorgtechnologie aangeschaft, die ingewikkeld was of niet aansloot op een behoefte. Er was meer aandacht voor het nieuwste willen hebben, dan voor het invoeren van bewezen innovaties. Kortom: het was broodnodig om kennis en ervaringen meer met elkaar te delen. In het innovatienetwerk ondersteunen we inmiddels 31 organisaties.’

2

Wat biedt het innovatienetwerk precies?

‘Het innovatienetwerk biedt onder meer masterclasses, expert- en netwerkbijeenkomsten en inloopspreekuren. We verbinden leden aan elkaar op het moment dat ze met dezelfde thema’s bezig zijn. Daarnaast helpen we organisaties met het in kaart brengen van wat ze aan zorgtechnologie in huis hebben en hoe ze kunnen samenwerken met andere organisaties in de regio. Zo bevorderen we de regionale samenwerking. Dat is ook nodig, als je kijkt naar de uitdagingen van de toekomst van de ouderenzorg.’

‘Binnen dit netwerk zie ik mezelf echt als vertiermaker. Ik jaag projecten aan, begeleid processen, maak verbindingen. Daarbij houd ik altijd oog voor wat het onderaan de streep moet opleveren. Je beredeneert dan niet vanuit de technologie, maar kijkt naar waar je, als organisatie, naartoe wilt en bepaalt dan de weg die je moet bewandelen om daar te komen.’

3

Hoe gaat het met innovatie bij zorgorganisaties in de regio?

‘We zien organisaties die zelf komen tot een innovatiekader of -agenda. Dat is heel mooi, maar zo’n visie of strategie, mooi opgemaakt in een folder of video, blijft vaak hangen omdat het niet voldoende aansluit bij de praktijk. In plaats van alleen aandacht te hebben voor innovatieve producten, verleggen we de focus naar innovatie van de organisatie en de werkprocessen op de werkvloer. Daar horen vragen bij als: Wie zijn wij? Waar staan we voor met elkaar? En welke innovaties horen daarbij?’

‘De ruimte om te innoveren is per organisatie heel verschillend en soms best beperkt. Terwijl er binnen de VVT een enorme doeners-mentaliteit is: als we vandaag iets bedacht hebben, dan doen we het morgen. Door corona werd de noodzaak om te vernieuwen urgenter, waardoor interne weerstand afnam. Als gevolg daarvan zijn innovaties versneld en succesvol doorgevoerd.’

4

Wat heeft het netwerk al opgeleverd?

‘Er zijn concrete innovaties die geïmplementeerd zijn, of juist heel bewust gestopt zijn. Zorgorganisaties hebben dus ook veel meer geleerd om nee te zeggen. Daar ben ik heel blij mee, omdat ik weet: als er 43 projecten lopen, ga je die niet alle 43 afmaken. Het innovatienetwerk zorgt echt voor inzicht: waar ben ik allemaal mee bezig, wat heeft geleid tot succes, wat waren misschien wel rare besluiten en wat kunnen we daarvan leren? Het zorgt ook voor bewustzijn bij organisaties, of ze eigenlijk wel klaar zijn voor innovatie.’

‘De samenwerking tussen zorgorganisaties is ook verbeterd. In het innovatienetwerk proberen we de urgentie om samen te werken ook wel te benadrukken. Goede samenwerking begint met vertrouwen, met een gedeelde visie. Daar zijn we binnen het innovatienetwerk ook alert op. We zien inmiddels dat mensen elkaar echt vinden, ook op de meer ongemakkelijke thema’s, waar soms schaamte zit. Wat ik ook heel mooi vind: veel leden zijn bezig met sociale innovatie en met de menselijke kant van veranderen.’

5

Wat zijn de uitdagingen?

‘Tijd. Tijd is de grootste vijand. De tijd van wat er in de toekomst aankomt, waar je nu wat mee moet. Maar ook letterlijk de tijd die je als organisatie hebt om hieraan te besteden. En toch ook wel de coronatijd waarin we leven.’

‘Het blijft een uitdaging om elkaar te inspireren met mogelijkheden voor de toekomst en tegelijkertijd vandaag aan het werk te gaan. Teveel innovatieprogramma’s blijven te ver van de zorg vandaan, waardoor mensen zich niet intrinsiek verbinden of motiveren. Dan heb je masterclasses met de meest fantastische sprekers, maar hebben deelnemers geen idee wat ze ermee kunnen in de praktijk. Mijn tip? Blijf de verbinding houden met waar de zorg staat, met wat zorgprofessionals morgen kunnen gaan doen.’