Waar kunnen we je mee helpen?

Ben je naar iets specifieks op zoek? Vul hieronder je zoekterm in en we helpen je graag verder.

Werken Nieuws

Hogere lonen zijn bittere noodzaak, maar sectorbreed helaas onbetaalbaar

Kopieer de link
Link gekopieerd naar klembord
zorgverleners

Zorgmedewerkers verdienen een beter salaris, dat staat buiten kijf. Dat thuiszorgorganisatie Buurtzorg hun medewerkers in een hogere salarisschaal zet, is voor hen goed nieuws. Branchevereniging ActiZ wil echter dat alle medewerkers in de zorg voor ouderen en chronisch zieken, beter betaald worden. Dit moet niet alleen gelden voor medewerkers bij Buurtzorg of andere zorgaanbieders met een hoog tarief en/of een beperkt pakket aan vooral rendabele diensten. Alle zorgmedewerkers die dag en nacht werken in thuiszorg, verpleeghuizen, geriatrische revalidatiezorg of allerlei andere zorgvoorzieningen moeten een aantrekkelijk salaris kunnen verdienen.

Meer geld voor fatsoenlijke cao

ActiZ pleit al geruime tijd voor meer mogelijkheden om een fatsoenlijke nieuwe cao te maken voor de bijna 500 duizend medewerkers van de 400 zorgorganisaties die zijn aangesloten bij de branchevereniging. Momenteel voert ActiZ gesprekken met haar leden en de vakbonden om een nieuwe en betere cao te kunnen sluiten. Maar zonder extra geld - onder andere vanuit Den Haag - zijn de mogelijkheden beperkt. ‘Voor een cao die recht doet aan het belangrijke werk van de zorgmedewerkers, is linksom of rechtsom, meer geld nodig’ zegt Trudy Prins, voorzitter van de cao-onderhandelingsdelegatie van ActiZ. De actie van Buurtzorg maakt de noodzaak extra duidelijk maar lost het probleem in de zorg niet op doordat we nu onderling gaan concurreren op salaris.

Een hoger salaris is noodzakelijk om het werk aantrekkelijk en in lijn met andere beroepsgroepen te houden

Trudy Prins

\

voorzitter van de cao-onderhandelingsdelegatie van ActiZ

Hogere salaris noodzakelijk

‘Als nu alle zorgorganisaties deze stap zouden zetten, zou dat veel faillissementen betekenen en worden cliënten echt in de steek gelaten. Dat is onverantwoord’, zegt ActiZ-bestuurder Trudy Prins. ‘De kern is dat we vinden dat alle zorgmedewerkers en de organisatie van zorg centraal moeten staan.’ Door de vergrijzing hebben de komende jaren veel meer mensen (ouderen)zorg nodig, terwijl het aantal mensen dat kan werken in de zorg niet of nauwelijks groeit.

‘Een hoger salaris is noodzakelijk om het werk aantrekkelijk en in lijn met andere beroepsgroepen te houden’, zegt Prins. ‘Dit liet ook de SER eind vorig jaar zien: de gemiddelde beloningen liggen in de zorg zo’n 9% lager dan in de markt en 6% lager dan vergelijkbare functies in de publieke sector. Eind vorig jaar koos de politiek dan ook terecht voor extra middelen om een eerste stap te maken naar betere beloning van zorgmedewerkers. Trudy Prins: ‘Het is essentieel dat het nieuwe kabinet daar een vervolg aan geeft zodat de zorg weer kan concurreren met andere sectoren.’

Gezamenlijke verantwoordelijkheid

ActiZ vindt dat de beloning en positie van zorgmedewerkers fundamenteel anders moet. De branchevereniging van zorgorganisaties is hierover nadrukkelijk in gesprek met de vakbonden, want dit moeten werkgevers en werknemers schouder aan schouder doen. ‘Het verhogen van salarissen door schalen aan te passen buiten de CAO om, zoals Buurtzorg nu doet, is begrijpelijk en lijkt sympathiek’, geeft Prins aan. ’Het helpt echter niet om alleen eigen zorgmedewerkers een beter  inkomen te geven. Ons uitgangspunt is dat alle zorgmedewerkers een betere inkomenspositie moeten krijgen.’

Werkgevers hebben daarin absoluut een grote verantwoordelijkheid maar kunnen die alleen samen waarmaken met het Rijk èn met de financiers van de zorg (zorgverzekeraars, gemeenten en zorgkantoren). De verschillen in tarieven en wat daarvoor gedaan moet worden (bijvoorbeeld het organiseren van noodzakelijke maar onrendabele nachtzorg), zijn nu te groot om de lonen overal verantwoord te kunnen verhogen. ‘Onze acties en onze lobby voor meer loonruimte, stoppen niet, totdat het hogere salaris is geregeld. En dat doen we samen: werkgevers en werknemers.’