Waar kunnen we je mee helpen?

Ben je naar iets specifieks op zoek? Vul hieronder je zoekterm in en we helpen je graag verder.

5 vragen aan
Werken Wonen

Elly Branderhorst: ‘Reablement is de zorg van de toekomst’

Branderhorst leidt project Langer Actief Thuis bij zorgorganisatie Mijzo.

Kopieer de link
Link gekopieerd naar klembord
Elly Branderhorst

Mensen worden ouder en blijven langer actief. Daarnaast neemt het aantal ouderen toe en zijn er niet genoeg verzorgenden en verpleegkundigen om de zorg op dezelfde manier te blijven bieden. Voor Elly Branderhorst, ergotherapeut bij Mijzo, was dit de aanleiding om van januari tot en met mei 2021 aan de slag te gaan met haar afstudeerproject ‘Langer Actief Thuis’, voor de master Neurorevalidatie & Innovatie. Vanwege het succes wordt dit programma binnen de hele organisatie uitgerold. Het doel: door reablement ouderen langer zelfredzamer maken.

1

Waar bestaat het programma Langer Actief Thuis uit?

'Het programma Langer Actief Thuis van Mijzo is gebaseerd op reablement. Dit is een breed begrip, maar voor ons programma betekent het dat wij kijken hoe thuiswonende ouderen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Als iemand zich aanmeldt voor wijkverpleging bij Mijzo dan doorloopt diegene eerst een traject van twaalf weken. In het intakegesprek met de wijkverpleegkundige en ergotherapeut worden maximaal vijf doelen vanuit de hulpvraag van een cliënt opgesteld.'

'De hulpvraag kan heel breed zijn, zoals zelf weer kunnen douchen, zelf maaltijden kunnen bereiden of weer zelfstandig vissen. Als de doelen zijn behaald (of als de twaalf weken zijn afgelopen), evalueren we het programma en kijken we of nog wijkverpleging nodig is. Inmiddels hebben we 25 mensen die het programma hebben doorlopen. Van de eerste zes mensen waren vier cliënten na het programma weer volledig zelfstandig. Dit scheelt gemiddeld dus zomaar een uur wijkverpleging per dag per cliënt.'

2

Hoe ervaren de deelnemers het programma?

'Over het algemeen heel positief! Nieuwe cliënten die instromen in de wijkverpleging zijn gemotiveerd om zelf activiteiten te blijven doen. Zij zien er het nut van in en zijn blij als ze weer zelfredzaam zijn en geen hulp meer hoeven vragen. Een mevrouw zei bijvoorbeeld: ‘Ik heb echt weer een stukje vrijheid teruggekregen’. Dat is wat we beogen. Het programma wordt minder goed ontvangen door cliënten die bijvoorbeeld al jaren wijkverpleging krijgen. Deze groep is gewend aan de zorg en dat iemand elke dag langskomt. Ook de familie ziet het vaak niet zitten om de zorg bij hun naaste af te bouwen. Wij denken daarom dat het belangrijk is om ons voornamelijk te richten op de groep mensen die nieuw in zorg komen.'

3

Hoe loopt de samenwerking tussen verschillende disciplines in dit programma?

'In het programma werken de wijkverpleegkundige, ergotherapeut en fysiotherapeut nauw samen. Zij zien de samenwerking als een meerwaarde, omdat de disciplines elkaar aanvullen. Daarnaast vindt men het leuk om samen te werken. Doordat ze gezamenlijk de intake met de cliënt doen en samen het plan opstellen, begeleiden ze de cliënt op dezelfde manier. Door als team hetzelfde te zeggen tegen de cliënt ontstaat er ook geen verwarring bij de cliënt. Dit gebeurt soms nu wel, wanneer de disciplines los van elkaar werken.'  

'Elke week is een multidisciplinair afstemming en er wordt samengewerkt in het elektronisch zorgdossier. Andere disciplines kunnen ook worden ingeschakeld als dat nodig is, denk aan: de diëtiste wanneer iemand spierkracht moet opbouwen. We gaan nu ook samenwerken met een organisatie die huishoudelijk hulp in de regio aanbiedt. Deze medewerkers sluiten aan en kunnen helpen als iemand bijvoorbeeld als doel heeft om weer zelf de afwas te doen. We proberen zo steeds verder te komen. Er moet bewustwording komen dat medewerkers niet automatisch iets overnemen wat de cliënt nog zelf kan. We willen juist dat de medewerkers de cliënten helpen om hun eigen doel te behalen.'

4

Hoe willen jullie dit programma verder brengen?

'We gaan deze methode verder uitrollen bij de wijkverplegingsteams van Mijzo. Daarnaast gaan in Midden- en West-Brabant andere organisaties met dit programma aan de slag. Op bestuurlijk niveau is afgesproken dat dit programma breder in de regio wordt ingezet. Ik heb nu contact met de projectleiders van andere organisaties. Het zou heel leuk én nuttig zijn als het landelijk wordt uitgerold.'

'In Noorwegen staat de methode al landelijk vast en moeten ouderen een soortgelijk programma doorlopen voordat ze zorg krijgen. Ik denk niet dat mensen het als verplichting moeten gaan ervaren, maar ik denk wel dat hier een kans ligt voor gemeentes, om kritisch te kijken naar welke zorgtaken mensen zelf kunnen oppakken en hoe zorgverleners kunnen helpen. Iemand kan vaak meer dan hij of zij denkt. Tot slot willen we graag nog meer onderzoek doen naar reablement, zodat we concreet kunnen laten zien wat dit oplevert.'

5

Hoe zie jij deze manier van werken in de toekomst van de ouderenzorg?

'Ik zou het mooi vinden als verschillende disciplines veel meer gaan samenwerken. Met telkens de vraag in het hoofd: Wat heeft deze persoon nodig om zo lang mogelijk zelfstandig te functioneren?’ Nu denken we vaak niet vanuit de oudere zelf, maar vanuit persoonlijke belangen of bedrijfsbelangen. Dit programma draait echt om datgeen wat mensen nog zelf kunnen. Er zijn natuurlijk ook nog andere belangrijke ontwikkelingen, zoals technologie, die hieraan bijdragen. Maar deze methode kan een stukje zorg van de toekomst zijn. Daar geloof ik in.'

'Op dit moment werken wij nog vanuit de verpleeghuissetting. Maar hopelijk wordt het ook door eerstelijnszorg omarmd en kan op termijn een netwerk om elke oudere ontstaan. Ik hoop dat we deze manier van werken in Nederland allemaal gaan omarmen, zodat de oudere in zijn of haar eigen omgeving wordt ondersteund. En dat elke medewerker vanuit de behoefte van de ouderen kijkt in plaats vanuit het eigen vak.'