Waarom kritische zorgprofessionals onmisbaar zijn voor de ouderenzorg keyvisual
Foto © Chris Top
Het essay “Ik stop in de zorg, en dat zouden meer mensen moeten doen” van Julia ter Beek in Trouw raakte een gevoelige snaar. Ze beschreef als zij-instromer in de zorg frustraties die voor veel zorgprofessionals herkenbaar zijn en voor haar zelfs reden waren om te stoppen met het werk. Ook zorgprofessional Roy Korbijn is kritisch. Toch blijft hij. Niet uit loyaliteit aan het systeem, maar aan het vak. En met een duidelijke boodschap voor werkgevers.
Wat herken je in het essay, en waar schuurt het voor jou het meest?
“Het essay van Julia ter Beek klopt grotendeels. Ik herken er zo’n 95 procent van. Vooral de tijdsdruk herken ik sterk. Ik noem het bewust tijdsdruk en geen werkdruk. In het verpleeghuis werken we niet met minutenregistratie, maar de druk om alles vóór een bepaald tijdstip af te hebben is er wel. Dat je voor half tien een hele groep mensen uit bed gehaald moet hebben. Of dat de aandacht vooral gaat naar: zijn de pillen al uitgedeeld? Heb je al gerapporteerd? Dat is tijdsdruk, en daar ontstaat werkdruk van.”
“Wat ik minder herken, is de oproep om te stoppen. Die snap ik niet. Ik begrijp de frustratie, maar stoppen is voor mij niet de oplossing. Wat in deze discussie vaak vergeten wordt, is wat het met zorgverleners doet als hun professionele ruimte steeds kleiner wordt. Veel mensen zijn niet zozeer moe van het werk, maar van het gevoel dat ze hun vak niet meer mogen uitoefenen op de manier die zij goed vinden. Elke dag maken we afwegingen: blijf ik nog even bij die verdrietige bewoner of ga ik door omdat de planning het vraagt? Voer ik dat gesprek of moet ik alweer registreren? Dat zijn geen kleine dingen. Dat zijn morele keuzes. Als je dag in, dag uit moet wegdrukken wat je eigenlijk juist vindt, raakt dat aan wie je bent als zorgprofessional.”
Toch ben je ook kritisch. Wat gaat er volgens jou structureel mis in de organisatie van de ouderenzorg?
“Zeggenschap. Dat is voor mij echt het kernwoord. Te vaak wordt er in situaties gezegd: ‘Mevrouw wil niet’, en dan is het klaar. Terwijl je soms schrijnende situaties ziet. Vijf weken niet gedoucht zijn, dat wil je toch niet? Dan ga ik zoeken naar oplossingen, waarom wil die mevrouw niet en hoe kan het wél? Misschien ben ik eigenwijs, maar juist die eigenwijze mensen moet je serieus nemen.”
“Personeelstekort is vaak het standaardantwoord, van werkgevers én van collega’s op de werkvloer voor iets wat niet kan of lukt. Maar dat vind ik te makkelijk. Veel zorgverleners lopen niet weg omdat er te veel zorg is, maar omdat ze te weinig ruimte krijgen om die zorg goed te geven. We moeten terug naar de basis: waarom doen we dit werk en hoe doen we dat zo goed mogelijk met de mensen die we hebben, in de samenleving zoals die nu is? Ruimte krijgen om af te wijken, kan dan juist het verschil maken. Voor werkplezier is het belangrijk dat je iets mag vinden. Zie kritische medewerkers daarom niet als probleem, maar ga het gesprek aan. Weet wat er speelt op de werkvloer.”
Je bent coördinerend verzorgende IG en kiest ervoor om in de zorg te blijven werken. Waarom?
“Omdat weglopen te makkelijk is. Ik vind dit een prachtig vak en eerlijk is eerlijk: ik kan ook niks anders”, zegt Roy lachend. “Je moet mij geen fiets laten maken. Met mensen werken is het mooiste wat er is. Iets extra’s kunnen geven. Het is geen roeping, aan dat woord heb ik echt een hekel. Het is vakmanschap. Maar wel vakmanschap in een mensgericht beroep met directe impact op het leven van anderen. En dat vind ik het mooiste dat er is.”
“Mijn persoonlijke ervaring speelt mee: ik heb een zusje met Down. Ik weet hoe het voelt om je dierbare toe te vertrouwen aan de zorg. Hoe belangrijk het is dat iemand niet alleen ‘goed geholpen’ wordt, maar echt gezien wordt. Ik weet hoe mantelzorgers luisteren en waar hun zorgen zitten. Voor mij is het nooit: nee, tenzij. Maar altijd: ja, mits. Juist daarom doet het pijn als systemen belangrijker lijken dan mensen. De kwaliteit van zorg raakt niet alleen cliënten, maar hele families. Daarom stoppen mensen niet met de zorg, ze stoppen met een systeem waarin ze niet meer mogen zorgen.”
Welke rol hebben werkgevers in de zorg hierin?
“Het begint met erkennen dat er een personeelsprobleem is en medewerkers serieus nemen. Probeer het samen op te lossen. Neem de discussie over zzp’ers: als je zegt ‘we stoppen ermee, klaar’, dan leg je het probleem bij je medewerkers neer. Leg uit wat er speelt en waarom je keuzes maakt. Dan kan je ook samen oplossingen bedenken. Managers zouden vaker op de werkvloer moeten meewerken. Dan maak je contact en zie je wat er gebeurt.”
“En erkenning is belangrijk. Zorgverleners zijn eigenlijk een beetje gekke mensen, met het hart op de juiste plek. Een klein gebaar, laten zien dat je weet wat er leeft, dat doet ertoe. Hetzelfde geldt voor erkenning van ‘brussen’ (broers of zussen van iemand met een beperking) en mantelzorgers. Het is een vorm van kwaliteitszorg, want wie zorgverleners maar ook families serieus neemt, begrijpt beter wat er op het spel staat wanneer we het hebben over menswaardigheid, nabijheid en vertrouwen.”
Wat wil je werkgevers en Den Haag meegeven?
“Luister naar de mensen die dag en nacht zorg verlenen. Deze beroepen zijn grotendeels onzichtbaar en bezuinigen lijkt altijd de oplossing. Maar de kip is al lang kaal. Ik mis een langetermijnvisie. Het gaat vaak over geld en nauwelijks over inhoud. Het probleem in de zorg is een samenlevingsprobleem. We doen veel aan symptoombestrijding, maar niets aan de oorzaak.”
“Wat wij als zorgprofessionals nodig hebben van werkgevers is vertrouwen. Vertrouwen in ons vakmanschap, in onze afwegingen, in onze intenties. Geef ons ruimte om te doen wat nodig is voor die ene mens op dat moment. Dat levert betere zorg op, minder uitval en meer werkplezier. En vergeet niet hoeveel loyaliteit er nog steeds is. Veel zorgverleners blijven, ondanks alles. Niet voor het systeem, maar voor de cliënten en voor hun collega’s. Die betrokkenheid is groot, maar niet eindeloos. Koester die. Want daarin zit de echte kracht van de zorg.”
“De politiek moet luisteren naar werkgevers en werkgevers naar werknemers. We hebben in de kern hetzelfde probleem. Misschien moeten we dat samen laten zien. Landelijk een signaal afgeven. Want alleen zo verandert er echt iets.”