Vaccinatiegraad 2026: gemengd beeld onderstreept belang van blijvende samenwerking
Het RIVM heeft 30 juni het rapport Vaccinatiegraad Rijksvaccinatieprogramma Nederland – verslagjaar 2026 gepubliceerd. De cijfers laten een gemengd beeld zien. De vaccinatiegraad onder baby's en kleuters lijkt ten opzichte van vorig jaar opnieuw licht te zijn gedaald, terwijl de vaccinatiegraad onder tieners juist is gestegen.
Meer 10-jarigen lijken de HPV-vaccinatie te hebben gekregen en ook de vaccinatiegraad voor de MenACWY-vaccinatie onder 14-jarigen is toegenomen. Voor de DTP- en BMR-vaccinaties op 9-jarige leeftijd bleef de vaccinatiegraad ongeveer gelijk. Daarnaast kreeg ongeveer driekwart van de baby's de prik tegen het RS-virus, die in 2025 aan het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) is toegevoegd. Ook de rotavirus vaccinatie, die in 2024 onderdeel werd van het RVP, bereikte ongeveer driekwart van de doelgroep.
Gelijktijdig met het rapport heeft minister Hermans een Kamerbrief gepubliceerd over de ontwikkelingen binnen de vaccinatieprogramma's, de voortgang van de aanpak Vol vertrouwen in vaccinaties en de wijkgerichte aanpak. Het komen tot vertrouwen in het vaccinatieprogramma kost tijd en aandacht. Het is belangrijk om de vaccinaties te blijven aanbieden en vragen bij ouders die nog geen keuze hebben kunnen maken, zonder druk uit te oefenen.
ActiZ Jeugd ziet in de cijfers zowel positieve ontwikkelingen als aandachtspunten. De stijgende vaccinatiegraad onder tieners laat zien dat gerichte inspanningen, zoals een wijkgerichte aanpak, effect kunnen hebben. De aanhoudende daling bij baby's en kleuters zal om deze en andere gerichte inspanningen blijven vragen. Juist in de eerste levensjaren is een hoge vaccinatiegraad belangrijk om kinderen én kwetsbare groepen te beschermen tegen ernstige infectieziekten. Het vaccinatiebesluit wordt vaak al genomen tijdens de zwangerschap. Voorlichting begint idealiter dan ook vroegtijdig bij de verloskundige, met nazorg en gerichte verwijzing naar de JGZ voor zwangeren die nog geen keuze hebben kunnen maken. Goede, betrouwbare voorlichting en een transparante communicatie helpt ouders om zelf een bewuste keuze te maken. Dit vraagt om een betere samenwerking tussen de geboortezorg en de jeugdgezondheidszorg.
Cynthia Pique, Bestuurslid ActiZ Jeugd: "Door goede voorlichting, persoonlijke gesprekken en een wijkgerichte aanpak versterken we het vertrouwen van ouders in vaccineren. De jeugdgezondheidszorg speelt daarin een belangrijke rol als vertrouwd gezicht voor gezinnen. Zo werken we samen aan een hoge vaccinatiegraad en een goede bescherming van kinderen en mensen in hun omgeving."
Vanuit ActiZ Jeugd blijven we ons inzetten voor een sterke en toekomstbestendige uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma. Samen met JGZ-organisaties, het RIVM, het ministerie van VWS, gemeenten en andere partners werken we aan een hoge vaccinatiegraad. Daarbij zijn een wijkgerichte aanpak, goede samenwerking en laagdrempelige gesprekken met ouders essentieel.
Belangrijke ontwikkelingen
Het rapport laat zien dat een hoge vaccinatiegraad onverminderd belangrijk blijft. In 2025 kregen ruim 500 mensen mazelen, vooral kinderen op basisscholen waar de vaccinatiegraad laag was. Deze uitbraken benadrukken het belang van een goede bescherming tegen infectieziekten en van blijvende aandacht voor het bereiken van ouders met betrouwbare informatie over vaccineren.
Het RIVM beschrijft daarnaast dat in verschillende wijken verder is gewerkt aan het verhogen van de vaccinatiegraad. Gemeenten, JGZ-organisaties en andere lokale partners werken hierin samen om ouders beter te bereiken en het gesprek over vaccineren te ondersteunen. Deze wijkgerichte aanpak sluit aan bij de inzet van ActiZ Jeugd om samen met partners te werken aan een toegankelijk en effectief Rijksvaccinatieprogramma.
Ook is in 2025 een wijziging binnen het Rijksvaccinatieprogramma doorgevoerd. Kinderen ontvangen de tweede BMR-vaccinatie voortaan op driejarige leeftijd in plaats van op negenjarige leeftijd. Voor kinderen die tussen 2016 en 2021 zijn geboren, loopt hiervoor een landelijke inhaalcampagne.
Samen werken aan vertrouwen
Het samenwerkingsverband Kansrijk Partnerschap Jeugd en Gezin zet actief in op het versterken van de basis met en rond gezinnen. Het met elkaar in gesprek gaan over wat ouders nodig hebben en hoe lokale professionals daarbij passend kunnen ondersteunen, is daarbij een belangrijk vertrekpunt. Ook over vaccinaties en vaccinatiebereidheid, in het bijzonder op plekken waar de vaccinatiegraad achterblijft.
De JGZ en het RVP
Doordat het RVP onderdeel is van de JGZ, is het ook een normaal onderdeel van gezond opgroeien in Nederland. De toegang tot vaccinaties voor kinderen hebben we in Nederland goed geregeld. Het is gratis en voor iedereen beschikbaar. De uitvoering van het RVP voor jeugdigen tot 18 jaar vindt plaats door de JGZ en dat maakt het extra toegankelijk en laagdrempelig. De JGZ ziet immers alle kinderen en (aanstaande) ouders al vanaf -9 tot 18 jaar. Ouders ervaren het als praktisch en klantvriendelijk om het vaccineren te kunnen combineren met periodieke onderzoeken en vragen over bijvoorbeeld opvoeding en gezondheid. Een belangrijk aspect van de JGZ is immers het opbouwen van vertrouwensrelaties met ouders en gezinnen. Door nauw contact en persoonlijke interactie kunnen jeugdverpleegkundigen en jeugdartsen een open dialoog voeren over de voordelen en risico's van vaccinaties, rekening houdend met individuele behoeften en zorgen. Deze vertrouwensband is van onschatbare waarde voor het bevorderen van de vaccinatiebereidheid en het tegengaan van verspreiding van desinformatie en begint al vroeg. Vanaf het moment van zwangerschap of het eerste babyconsult. Voor zwangeren is het grote voordeel dat ook zij het kunnen combineren met het prenatale aanbod van de JGZ en meteen vertrouwd raken met de JGZ-organisatie waar hun kind in zorg zal komen. De JGZ kan hierbij vanuit haar rol in zowel het Rijksvaccinatieprogramma en het basispakket, actief de samenwerking en verbinding opzoeken met de sociale basis. Zie voor meer informatie ook de handreiking Aan de slag met kansrijk partnerschap.