Langer thuis vraagt om oog voor wat er achter de voordeur en in het verpleeghuis gebeurt
Langer thuis vraagt om oog voor wat er achter de voordeur en in het verpleeghuis gebeurt keyvisual
Ouderen wonen steeds langer zelfstandig. Dat past bij de wens van veel ouderen, maar vraagt ook om een andere organisatie van zorg en ondersteuning in een tijd waarin zorgprofessionals schaars zijn. Twee recente opiniestukken in Trouw laten zien wat die ontwikkeling in de praktijk betekent. ActiZ-voorzitter Anneke Westerlaken en huisarts Danka Stuijver vragen aandacht voor wat uit beeld kan raken als professionals minder vaak bij mensen thuiskomen. Zorgbalans-bestuurder Vera Bergkamp kijkt naar het verpleeghuis, waar mensen steeds later en vaak met een complexere zorgvraag komen wonen.
Anders organiseren is noodzakelijk
De zorg voor ouderen verandert. Steeds meer mensen hebben zorg nodig, terwijl het aantal zorgprofessionals niet in hetzelfde tempo groeit. Tegelijkertijd willen veel ouderen zo lang mogelijk zelfstandig blijven en kan er steeds meer zonder directe inzet van een zorgprofessional. Stuijver en Westerlaken beschrijven in hun opiniestuk hoe hulpmiddelen mensen helpen om bijvoorbeeld zelf hun medicijnen te nemen, oogdruppels toe te dienen of steunkousen aan te trekken. Ook worden verpleegkundige handelingen op sommige plekken geconcentreerd op wijklocaties. Dat scheelt reistijd en zorgt ervoor dat beschikbare professionals meer mensen kunnen helpen.
Paradox
Die ontwikkeling heeft volgens hen echter ook een keerzijde. Wanneer huisartsen minder visites afleggen, het aantal uren ondersteuning thuis afneemt en verpleegkundige handelingen vaker buiten de woning plaatsvinden, komen professionals minder vaak achter de voordeur.
Een bezoek aan huis gaat echter niet alleen over de handeling waarvoor een professional komt. Achter de voordeur wordt ook zichtbaar of medicijnen blijven liggen, de koelkast leeg is of de post zich opstapelt. Een professional ziet hoe iemand functioneert en kan merken wanneer een partner of ander familielid de zorg nauwelijks meer volhoudt. Daar zit volgens Stuijver en Westerlaken een paradox. We verwachten dat mensen langer zelfstandig blijven wonen, terwijl professionals minder zicht kunnen krijgen op hoe het thuis daadwerkelijk gaat.
De signalerende rol komt daarmee meer bij naasten en mantelzorgers terecht, terwijl juist zij al veel op hun bord hebben. Dat betekent niet dat iedere zorgprofessional weer voor iedere handeling naar huis moet. Wijklocaties, hulpmiddelen en andere manieren van werken zijn nodig om met schaarse mensen en middelen goede zorg te kunnen blijven bieden.
Goed wonen en goed werken
Bergkamp kijkt in haar opiniestuk naar wat er gebeurt wanneer thuis wonen uiteindelijk niet meer gaat. Veel ouderen willen zo lang mogelijk in hun vertrouwde omgeving blijven, maar volgens haar moet ‘zo lang mogelijk thuis’ geen doel op zichzelf worden. Mensen verhuizen daardoor steeds later naar het verpleeghuis, vaak op een moment dat zij zeer kwetsbaar zijn en intensieve zorg nodig hebben. Dat maakt de zorg complexer en vraagt meer van medewerkers en zorgteams.
Tegelijkertijd willen verpleeghuizen plekken zijn waar mensen vooral kunnen wonen en leven, ook als zij intensieve zorg nodig hebben. Als bewoners pas in de laatste, meest kwetsbare fase van hun leven verhuizen, komt dat uitgangspunt onder druk te staan. Zware zorg, crisissituaties en het naderende levenseinde bepalen dan steeds meer het dagelijks leven. Volgens Bergkamp moeten we daarom niet alleen kijken naar de kwaliteit van leven van bewoners, maar ook naar wat dit betekent voor medewerkers. Een verpleeghuis moet een plek zijn waar bewoners goed kunnen wonen en medewerkers goed kunnen werken
De juiste ondersteuning op het juiste moment
De twee opiniestukken belichten verschillende kanten van dezelfde beweging. Aan de ene kant is het nodig om mensen te ondersteunen om zo lang mogelijk zelfstandig te leven en de beschikbare zorgprofessionals zo gericht mogelijk in te zetten. Aan de andere kant moeten we oog houden voor wat daardoor mogelijk uit beeld raakt.
De zorg van de toekomst bestaat daarom niet uit een keuze tussen thuis of het verpleeghuis. Er zijn verschillende vormen van wonen, ondersteuning en zorg nodig die aansluiten bij wat iemand op dat moment nodig heeft. Daarbij moeten we verstandig omgaan met de schaarse professionals die er zijn, zonder hun bredere betekenis uit het oog te verliezen. Verpleeghuizen moeten plekken blijven waar mensen niet alleen intensieve zorg ontvangen, maar ook kunnen wonen en leven. Daarnaast is het ook de plek waar medewerkers hun vak gezond en met plezier kunnen blijven uitoefenen.