‘Je geeft mensen een plek en zij geven er een gemeenschap voor terug’
De Roze Inloop begon als een veilige ontmoetingsplek, nu is het een gemeenschap waarin mensen naar elkaar omkijken
‘Je geeft mensen een plek en zij geven er een gemeenschap voor terug’ keyvisual
Laurens Rotterdam
Iedere woensdagmiddag stroomt de ontmoetingsruimte van de Roze Inloop bij Laurens Rotterdam nagenoeg vol. Er wordt bijgepraat, gelachen en alvast gesproken over het menu. Wie doet de boodschappen? Wat eten we deze week? En wie gaat er binnenkort mee naar het volgende uitje? Het lijken alledaagse gesprekken, maar achter die vanzelfsprekendheid gaat een bijzonder verhaal schuil. Wat twee jaar geleden begon als een laagdrempelige ontmoetingsplek voor ouderen uit de regenbooggemeenschap, groeide uit tot een hechte gemeenschap waarin bezoekers elkaar ondersteunen, samen activiteiten organiseren maar bovenal zichzelf kunnen zijn.
Voor initiatiefnemer Bianca Alders, die werkzaam is bij de dagbesteding, begon het allemaal al twee jaar voordat de Roze Inloop startte. Nadat ze een schrijnend verhaal in de krant las, richtte zij zich tot Laurens: er moest iets gebeuren. "Ik las een artikel waaruit bleek dat ouderen soms opnieuw de kast in gaan wanneer ze naar een verpleeghuis vertrekken. Dat vond ik ontzettend verdrietig. We hadden hier ook een bewoner die steeds vertelde dat zijn neef op bezoek kwam. Uiteindelijk bleek dat zijn echtgenoot te zijn. Hij durfde dat niet hardop te zeggen."
Veel LHBTIQ+-ouderen groeiden op in een tijd waarin openlijk uitkomen voor hun geaardheid allesbehalve vanzelfsprekend was. Sommigen verloren contact met familie of vrienden nadat zij uit de kast kwamen. Die ervaringen verdwijnen niet zodra iemand ouder wordt of zorg nodig heeft. "Als je op een nieuwe plek komt, weet je niet hoe mensen reageren", vertelt Desirée van Vliet, teammanager Sociaal Domein bij Laurens. "Dan kan het gebeuren dat iemand zich opnieuw inhoudt. Dat is heel begrijpelijk als je kijkt naar wat veel mensen vroeger hebben meegemaakt."
Van Vliet en Alders besloten daarom niet direct een uitgebreid programma op te zetten. Ze begonnen klein. "We dachten eigenlijk alleen: we stellen een ruimte beschikbaar en zien wel wat er gebeurt", vertelt Van Vliet. "Na die eerste bijeenkomst wilden de bezoekers meteen weten wanneer de volgende zou zijn. Dat was voor ons het signaal dat hier behoefte aan was."
Een gemeenschap ontstaat niet op papier
Inmiddels is de Roze Inloop veel meer dan een wekelijkse bijeenkomst. Iedere week bepalen bezoekers gezamenlijk wat er gegeten wordt. Samen koken hoort er net zo goed bij als het gesprek aan tafel. "Ze regelen het eigenlijk allemaal zelf", aldus Alders. "Iedere week bespreken we wat we gaan eten. Dat bepalen zij met elkaar. Wij halen de boodschappen en vervolgens koken we samen."
Die manier van werken is bewust gekozen. Het zijn niet de professionals die bedenken wat goed is voor de groep, maar juist de bezoekers die zelf richting geven aan hun ontmoetingsplek. Alders: "Als mensen hier vijf dagen per week zijn, zijn ze soms vaker hier dan thuis. Dan vind ik ook dat zij zeggenschap moeten hebben. Ze mogen meedenken en meebeslissen. Als ik merk dat mensen ergens blij van worden, proberen we daarop aan te sluiten."
Dat blijkt misschien wel de grootste kracht van de Roze Inloop. Het initiatief is nooit aanbodgestuurd geweest. "We hebben eerst een grote bijeenkomst georganiseerd om te vragen waar behoefte aan was", vertelt Alders. "We zijn zonder verwachtingen begonnen. Niet met een kant-en-klaar programma, maar door te luisteren. Deze mensen weten heel goed wat ze willen. Je moet ze vooral de ruimte geven." Die ruimte blijkt verrassend veel op te leveren. Waar medewerkers in het begin de bijeenkomsten organiseerden, nemen bezoekers nu steeds meer zelf initiatief. Ze leggen gezamenlijk geld in voor activiteiten, bedenken nieuwe ideeën en organiseren onderling uitstapjes.
Je geeft mensen iets en je krijgt er ontzettend veel voor terug
Voor elkaar zorgen
De grootste verrassing kwam misschien wel buiten de woensdagmiddag. Langzaam ontstonden er vriendschappen die verder gingen dan de wekelijkse ontmoeting. Mensen zochten elkaar ook thuis op, bezochten elkaar in het ziekenhuis en hielden contact wanneer iemand even niet kon komen. "Dat hadden wij vooraf nooit kunnen bedenken", vertelt Alders. "Ze hebben gaandeweg zelf een sociaal netwerk opgebouwd. Als iemand in het ziekenhuis ligt, maken ze onderling een schema om langs te gaan. Daar hoeven wij niets voor te doen."Sommige bezoekers besloten zelfs vrijwilliger te worden. "Ze komen op andere dagen terug om te koken of spelletjes te begeleiden. Je geeft mensen iets en je krijgt er ontzettend veel voor terug."
Volgens Van Vliet laat juist dat zien wat goede zorg ook kan zijn. "We horen vaak dat mensen de Roze Inloop een warm bad vinden. Sommigen noemen het zelfs hun tweede huis. Dat is misschien wel het mooiste compliment dat je kunt krijgen." Dat gevoel beperkt zich niet tot bewoners van locatie Borgsate van Laurens. De bezoekers wonen verspreid over de regio en komen zelfstandig naar de inloop. Sommigen hebben een zorgindicatie, anderen niet. "Het is echt een mix", vult Alders aan. "Juist daardoor ontstaan nieuwe contacten."
Jezelf kunnen zijn
De Roze Inloop draait uiteindelijk niet alleen om ontmoeting, maar vooral om veiligheid. Van Vliet: "Als je mag zijn wie je bent en in je waarde wordt gelaten, geeft dat ontzettend veel rust. Je hoeft geen masker meer op te zetten." Volgens Alders zie je wat dat met mensen doet. "Ze mogen hier zijn wie ze zijn. Daardoor groeit hun eigenwaarde. Ze bouwen een sociaal netwerk op met mensen die vergelijkbare ervaringen hebben. Ze hebben een zinvolle dag en ook daarbuiten ontstaan vriendschappen."
Sta ervoor open en zorg dat het een veilige plek is. De rest hoef je niet allemaal vooraf te bedenken
Ruimte geven
De ervaringen met de Roze Inloop hebben ook invloed op de manier waarop binnen Laurens naar inclusie wordt gekeken. Het gesprek gaat inmiddels breder dan seksuele diversiteit alleen. Intern heeft zich ook een werkgroep gevormd om hiermee bezig te zijn en te blijven. "In onze werkgroep hebben we het ook over onderwerpen als autisme, armoede en andere vormen van diversiteit", vertelt Van Vliet. "Het gaat er uiteindelijk om dat iedereen zich gezien voelt."
Volgens Alders begint dat bij nieuwsgierigheid. "Je creëert begrip voor elkaar en voor de mensen voor wie je werkt. Wat jij prettig vindt, hoeft voor iemand anders helemaal niet prettig te zijn. Daarom moet je het gesprek blijven voeren. Uiteindelijk werk je in de zorg voor iedereen."
Voor organisaties die zelf met een vergelijkbaar initiatief aan de slag willen, hebben zij een advies: "Nodig mensen uit en kijk wat er ontstaat", zegt Alders. "Al komen er de eerste keer maar twee mensen op de koffie." Van Vliet vult aan: "Sta ervoor open en zorg dat het een veilige plek is. De rest hoef je niet allemaal vooraf te bedenken."
Meer weten
Meer weten over de Roze Inloop of hoe Laurens werkt aan diversiteit en inclusie? Beluister de podcast of bekijk de documentaire op YouTube.