Hoofdnavigatie

Waar kunnen we je mee helpen?

Ben je naar iets specifieks op zoek? Vul hieronder je zoekterm in en we helpen je graag verder.

Aanbevolen

‘De Wmo moet veranderen, maar niet door huishoudelijke hulp te schrappen’

In gesprek met René Akkermans en Suzanne van Riswick, medewerkers van Tzorg.

6 nov 2026

Artikel

leestijd 1 min

  • Wet maatschappelijke ondersteuning
  • Huishoudelijke ondersteuning
Tzorg wat zij zien

Een huishoudelijke hulp ziet vaak meer dan een huis dat schoongemaakt moet worden. Zij merken wanneer een oudere verward raakt, het huishouden niet meer overziet of een mantelzorger overbelast dreigt te raken. Juist die signalen kunnen helpen voorkomen dat kleine problemen uitgroeien tot grotere zorgvragen. Huishoudelijke ondersteuning draagt zo bij aan de landelijke ambitie: meer preventie, ondersteuning dichtbij, eigen regie en langer zelfstandig thuis wonen. Maar wat gebeurt er als deze ondersteuning verdwijnt?

Huishoudelijke ondersteuning biedt meer dan een schoon huis. Het helpt ouderen langer zelfstandig thuis te wonen, ontlast mantelzorgers en vervult een belangrijke signaleringsfunctie. In de korte film ‘Wat zij zien’ brengt Tzorg die waarde in beeld. We spreken met René Akkermans, directeur zorg bij Tzorg, en Suzanne van Riswick, thuishulp, over wat er achter de voordeur gebeurt en hoe we deze ondersteuning ook in de toekomst beschikbaar houden.

Die vraag is actueel nu het kabinet onderzoekt of huishoudelijke ondersteuning uit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) kan worden geschrapt. Het houdbaarheidsonderzoek Wmo laat zien dat de druk op de Wmo al jaren toeneemt: het aantal cliënten groeit en de kosten stijgen. De vraag is volgens Tzorg daarom niet óf de Wmo moet veranderen, maar hóé. Het schrappen van de huishoudelijke ondersteuning uit de Wmo is een stap in de verkeerde richting. In plaats daarvan moeten we juist kritisch kijken naar wie ondersteuning nodig heeft en wat cliënten zelf kunnen bijdragen. Een inkomensafhankelijke eigen bijdrage is daarbij een belangrijke stap om de kosten eerlijker te verdelen.

De grenzen van de Wmo komen in zicht: De druk groeit, de capaciteit niet

“Dat steeds meer ouderen zelfstandig thuis kunnen blijven wonen, is een positieve ontwikkeling. Het helpt zwaardere zorg te voorkomen. Tegelijkertijd worden hun ondersteuningsvragen complexer. Dat vraagt meer van onze medewerkers, terwijl het steeds moeilijker wordt om voldoende personeel te vinden”, vertelt René.

“Door de toenemende financiële druk zien we ook dat gemeenten huishoudelijke ondersteuning soms minder vaak inzetten, zelfs bij mensen die deze hard nodig hebben. Sommige cliënten krijgen nog maar eens per twee weken hulp. Als een medewerker ziek wordt en er geen vervanging is, kan er vier weken tussen twee bezoeken zitten. Dan blijft niet alleen het huishoudelijke werk liggen, maar missen we ook belangrijke signalen over hoe het met iemand gaat.”

Dit maakt een hervorming noodzakelijk. “We moeten de Wmo toegankelijk en betaalbaar houden voor wie ondersteuning echt nodig heeft. Een inkomensafhankelijke eigen bijdrage kan daarbij helpen: mensen met meer financiële draagkracht betalen meer, terwijl we voorkomen dat kwetsbare mensen vanwege de kosten afzien van noodzakelijke hulp. Zo kunnen we de lasten eerlijker verdelen en de beschikbare ondersteuning beter inzetten.”

Huishoudelijke ondersteuning ziet wat anderen niet zien 

Wat ook in de film naar voren komt, is hoe sterk de rol van huishoudelijke hulpen de afgelopen jaren is veranderd. De rol van de huishoudelijke hulp reikt nu in de praktijk verder dan alleen het huishouden. Suzanne ziet in haar werk hoe belangrijk die ondersteuning voor mantelzorgers is. “Ik kwam altijd bij een echtpaar, waarvan de vrouw na twee minuten alweer vergeten was wat ze had gezegd of gedaan. Haar man kon nauwelijks weg, omdat hij steeds op haar moest letten. Als ik er was, kon hij even boodschappen doen of een stukje fietsen. Dan had hij eindelijk even tijd voor zichzelf. Dat maakt het heel waardevol”. Huishoudelijke ondersteuning ontlast daarmee niet alleen de cliënt, maar helpt ook mantelzorgers om de zorg voor hun naaste langer vol te houden. Ook de SER benadrukt in zijn recente advies over mantelzorg en werk dat mantelzorgers baat hebben bij aanvullende professionele ondersteuning.

Uit eigen onderzoek van Tzorg blijkt dat bijna 80% van de huishoudelijke hulpen weleens heeft opgemerkt dat de situatie van een cliënt veranderde of verslechterde. Om deze signalen tijdig op te volgen, werkt Tzorg met een digitaal medewerkersportaal.

Ik herinner me nog twee zussen van 90 en 91 bij wie ik vier jaar over de vloer kwam. Ik merkte dat het minder goed met hen ging. Ze raakten de dagen kwijt en konden tijdens het koffiedrinken de suikerpot niet meer vinden. Omdat ik hen goed kende, vielen die veranderingen me op. Ik heb mijn zorgen direct gemeld. Daarna is na overleg gekeken naar passende hulp. Niet veel later werden ze allebei opgenomen.

Suzanne van Riswick

Thuishulp bij Tzorg

Medewerkers bij Tzorg kunnen hun zorgen over cliënten melden via hun systeem, waarna een zorgcoördinator dit binnen twee werkdagen opvolgt. “Waar nodig schakelen we met familie, de gemeente of andere zorgprofessionals, zodat cliënten tijdig de juiste ondersteuning krijgen.”, aldus René.

Een eerlijkere eigen bijdrage in plaats van het schrappen van huishoudelijke ondersteuning

Dat de Wmo moet veranderen, staat voor Tzorg niet ter discussie. Een inkomensafhankelijke eigen bijdrage is daarbij een belangrijke stap: mensen met meer financiële draagkracht betalen meer, terwijl ondersteuning toegankelijk en betaalbaar blijft voor wie die nodig heeft. Daarbij moet rekening worden gehouden met de totale zorgkosten, om te voorkomen dat ouderen met alleen AOW en een klein aanvullend pensioen financieel in de knel komen. In eerdere analyses is al voor dit risico gewaarschuwd.

Deze maatregel moet onderdeel zijn van een bredere hervormingsagenda, gebaseerd op het houdbaarheidsonderzoek naar de Wmo. Zo kan ondersteuning eerlijker, doelmatiger en toekomstbestendiger worden georganiseerd.

Het schrappen van huishoudelijke ondersteuning past volgens Tzorg niet bij deze bredere hervormingsagenda. “De vraag naar ondersteuning verdwijnt niet als je huishoudelijke hulp afschaft. Die komt ergens anders met een complexer vraagstuk terecht. Bovendien dreigt daarmee de belangrijke signaleringsfunctie verloren te gaan.”

Daarnaast is particuliere huishoudelijke hulp voor een zeer grote groep geen oplossing. Ook mensen die de hulp kunnen betalen, zijn door lichamelijke, psychische of sociale kwetsbaarheid niet altijd in staat deze zelf te regelen. Hoe belangrijk ondersteuning ook voor deze groep is, ziet Suzanne in haar werk. “Ik kwam negen jaar lang bij een welgestelde oudere vrouw die erg eenzaam was. Ze had nauwelijks contact met haar kinderen of de buurt. In het begin was het lastig om contact met haar te krijgen, maar uiteindelijk bouwden we een vertrouwensband op. Ik was vaak de enige die bij haar over de vloer kwam. Dan zie je hoeveel het betekent als er regelmatig iemand langskomt en naar je luistert.” Volgens Tzorg moeten ook deze mensen op huishoudelijke ondersteuning vanuit de Wmo kunnen blijven rekenen.