Hoofdnavigatie

Waar kunnen we je mee helpen?

Ben je naar iets specifieks op zoek? Vul hieronder je zoekterm in en we helpen je graag verder.

Aanbevolen

ActiZ: beweging naar open deuren vraagt vertrouwen, zorgvuldigheid en maatschappelijke discussie

Reactie op onderzoek IGJ

23 mrt 2026

Publicatie

leestijd 1 min

Steeds meer verpleeghuizen werken aan beleid waarbij deuren open zijn. Dat blijkt uit onderzoek van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Volgens ActiZ branchevereniging van zorgorganisaties laat het rapport zien dat zorgorganisaties serieus werk maken van meer vrijheid voor bewoners, maar dat dit in de praktijk ook ingewikkelde afwegingen vraagt.

Vrijheid als vertrekpunt 

Het openen van deuren past bij het uitgangspunt van de Wet zorg en dwang: vrijheid en zelfbeschikking waar dat kan en bescherming alleen waar dat echt nodig is. “Vrijheid is een essentieel onderdeel van waardig leven, ook voor mensen die zorg nodig hebben,” zegt Anneke Westerlaken, voorzitter van ActiZ. “Daarom is het uitgangspunt dat deuren open zijn. Alleen als iemand ernstig gevaar loopt, kan een deur tijdelijk gesloten worden.” 

Het IGJ-onderzoek 'Zorginstellingen in beweging naar open deuren' laat zien dat deze praktijk niet altijd eenvoudig is. Veel bewoners zijn kwetsbaar, bijvoorbeeld door dementie. Zorgprofessionals moeten daarom telkens opnieuw de balans vinden tussen vrijheid en veiligheid, vaak samen met familie of naasten.

Op weg naar een zorgzame samenleving 

Volgens ActiZ vraagt de beweging naar open deuren tijd en een bredere cultuurverandering. “Leven zonder risico’s bestaat niet,” zegt Westerlaken. “De uitdaging is om bewoners in verpleeghuizen zoveel mogelijk vrijheid te geven, zonder de zorg uit het oog te verliezen.” Volgens ActiZ raakt de discussie over open deuren uiteindelijk meer dan alleen de zorgsector. “Open deuren zijn niet alleen een keuze van zorgorganisaties,” zegt Westerlaken. “Het is een gezamenlijke opdracht om te bouwen aan een zorgzame samenleving. Vrijheid moet de norm zijn en zorgvuldigheid het vangnet.”