VVT-Wonen

Vervolg energie-audit (EED)

Sinds 5 december 2015 zijn organisaties verplicht om energie-audits voor hun gebouwen uit te voeren. Over wat deze verplichting voor ActiZ-leden inhoudt en hoe uitstel kan worden aangevraagd, hebben we eerder geïnformeerd. Ook de omgevingsdiensten, belast met de handhaving, zoeken hun weg nog in deze materie. ActiZ adviseert haar leden, net als VGN en GGZ Nederland om zelf pro-actief met een plan te komen richting de omgevingsdienst(en).

Er zijn verschillende manieren om aan de auditplicht te voldoen. Organisaties die bijvoorbeeld deelnemen aan de Milieuthermometer of aan een officiële Green Deal kunnen deze deelname gebruiken om de auditplicht in te vullen. Hiermee laat de organisatie zien dat ze actief is met verduurzaming. Naar verwachting zullen de omgevingsdiensten er bij zorgorganisaties op aandringen om op een van deze manieren aan de auditplicht te voldoen. 

 

De meeste organisaties die niet op een andere wijze met verduurzaming bezig zijn, zullen audits moeten doen. ActiZ streeft ernaar om duidelijkheid scheppen in de verplichtingen die zorgorganisaties hebben op het gebied van energie-audits.

 

Samen met de andere zorgbranches werken wij daarom aan een hulpmiddel waarmee u kunt beoordelen voor welke panden u auditplichtig bent volgens de Europese Richtlijn, de Energy Efficience Directive (EED). Die panden kunt u vervolgens naar eigen inzicht clusteren, bijvoorbeeld op omvang van het energiegebruik, op gebouwtype of op leeftijd van de panden. Een goede clustering van panden met dezelfde kenmerken kan leiden tot minder audits. Als voorbeeld: bij de clustering naar energiegebruik kunt u als volgt te werk gaan.

  1. Voor alle bijzondere locaties, zoals hoofdkantoren, ziekenhuizen, verpleeg-/verzorgingshuizen en distributiecentra zal ongeacht het energiegebruik een afzonderlijke audit moeten worden opgsteld.
  2. Volgens de Wet milieubeheer hebben grootverbruikers (>200.000 kWh of >75.000 m3 aardgas) een bijzondere status. Locaties hieraan voldoen worden gezien als bijzondere locaties en hiervoor zal ook een afzonderlijke audit moeten worden opgesteld.
  3. Voor de overige locaties kan een clustering worden aangebracht. Dit zijn de middelverbruikers, met een energiegebruik van 50.000 - 200.000 KWh of 25.000 - 75.000 m3 aardgas. Hier kunt u op grond van het verbruik/m2 drie subclusters vormen, waarbij voor elk subcluster via een steekproef een representatieve audit wordt opgesteld. De drie subclusters zijn:
    1. vestigingen waarin reeds veel maatregelen zijn genomen die zich in zo’n 5 jaar terugverdienen;
    2. vestigingen waar nog diverse energie- en milieumaatregelen genomen moeten worden;
    3. vestigingen die binnen 4 jaar verbouwd zullen worden.

Bij elk van deze subclusters is één audit voldoende. Als u deze lijn volgt, biedt dat naar alle waarschijnlijkheid redelijke aanknopingspunten om aan uw omgevingsdienst(en) een voorstel te doen voor de wijze waarop uw organisatie aan de auditplicht invulling gaat geven.

 

Over de vraag of de huurder (gebruiker) dan wel de verhuurder (beheerder of eigenaar) verantwoordelijk is voor de audit, kunnen we in dit stadium voorlopig opmerken: in essentie is degene die de energierekening betaalt verantwoordelijk. Deze partij is aanspreekbaar voor de audit, maar afhankelijk van de verhuurder voor de te nemen maatregelen om aan de energiebesparing te doen. Bovendien is er een grijs gebied, bijvoorbeeld als sprake is van gedeeltelijk scheiden-van-wonen-en-zorg in een gebouw dat wordt gehuurd. ActiZ adviseert om dit pro-actief aan te pakken in de richting van de omgevingsdiensten en de regie in eigen hand te nemen. Elke omgevingsdienst kan eigen handhavingsbeleid in de praktijk brengen en het is zinvol om daarover in gesprek te gaan. 

 

De vervoerscomponent waarnaar de energie-audit ook vraagt, is naar onze inschatting voor zorgorganisaties van minimale betekenis afgezet tegen het totale energieverbruik. Als voor uw organisatie iets anders geldt, adviseren wij u hierover wel iets op te nemen in uw plan dat u bespreekt met de omgevingsdienst.

 

Naar onze mening biedt deze aanpak een redelijk houvast om op korte termijn met uw omgevingsdienst te spreken over de werkwijze die u voorstaat. Als volgende stap in dit proces willen wij onderzoeken of het mogelijk is om de uitvoering van de audits te standaardiseren en te vergemakkelijken, zodat hiermee zo min mogelijk kosten en administratieve werkzaamheden gemoeid zullen zijn. Wij houden u van de voortgang hiervan op de hoogte. Ook vernemen wij graag van u hoe de contacten met de omgevingsdiensten verlopen.

 

Contact en informatie: Astrid Ens (a.ens@actiz.nl, 030-2739670)