09 oktober 2018Wet en regelgeving

Update Wet zorg en dwang

De nieuwe Wet zorg en dwang (Wzd) stelt vanaf 1 januari 2020 regels aan het toepassen van onvrijwillige zorg. Hieronder volgt een update over de aanvullende regelgeving en de implementatie van deze nieuwe wet, die de Wet Bopz gaat vervangen.

De Wzd wordt nog gewijzigd

Mede naar aanleiding van zorgen ActiZ over de uitvoerbaarheid van de Wzd, heeft de minister van VWS besloten om de Wzd nog voor de datum van inwerkingtreding te wijzigen. De minister heeft aangekondigd dat hij twee wijzigingen gaat voorstellen aan de Tweede Kamer. Hij wil de praktische uitvoerbaarheid van het stappenplan verbeteren, met name door de bepalingen over de rol van een externe deskundige bij de besluitvorming over onvrijwillige zorg te wijzigen. Daarnaast wil hij orthopedagogen en gz-psychologen de mogelijkheid bieden om de functie van Wzd-arts uit te voeren. Dit wetsvoorstel wordt dit najaar door de Tweede Kamer behandeld.

Besluit zorg en dwang

Verschillende bepalingen uit de Wzd worden uitgewerkt in zogeheten uitvoeringsregelgeving. Deze zal worden opgenomen in het Besluit zorg en dwang of in één of meerdere ministeriële regelingen. In juli 2018 heeft VWS zijn voorstel voor het Besluit zorg en dwang aan de Tweede Kamer gestuurd. Het Besluit bevat specifieke regels voor toepassing van zorg en dwang in de thuissituatie verschenen het Besluit zorg en dwang. ActiZ heeft hierover (samen met de VGN) een brief aan de Tweede Kamer gestuurd. In de eerdere (consultatie) versie van het Bzd waren insluiting en fixatie in de thuissituatie nog verboden. In het aangepaste voorstel kiest de minister ervoor om het mogelijk te maken dat alle in de Wzd genoemde vormen van onvrijwillige zorg ook buiten accommodaties kunnen worden toegepast, mits voldaan wordt aan de voorwaarden die daaraan in het Besluit zorg en dwang gesteld worden. Dit is een verbetering. Ook buiten accommodaties kunnen zich situaties voordoen waarin een cliënt het risico loopt op ernstig nadeel. Door de mogelijkheid te bieden om dan onvrijwillige zorg te verlenen, wordt voorkomen dat, ter voorkoming van ernstig nadeel, besloten moet worden tot een onvrijwillige opname in een accommodatie. Dit zou immers voor de cliënt een veel ingrijpender en nadeliger maatregel inhouden. Ook wordt gevraagd om een heldere definitie van het begrip accommodatie, de financiering van de cliëntenvertrouwenspersoon, het handelen in noodsituaties en in de situatie dat geen toegang tot de woning wordt verschaft.

Toelichting op de wet

Begin augustus heeft VWS een concept toelichting op de wetsartikelen van de Wzd aan ons gestuurd. De Wzd heeft in de 9 jaar van behandeling zoveel wijzigingen ondergaan dat de toelichting en bedoeling van de wettekst nauwelijks meer te achterhalen vallen. Omdat deze essentieel zijn voor de uitleg en interpretatie van de wet, is de toelichting nu door VWS opnieuw geredigeerd. Dit najaar komt de definitieve versie beschikbaar. Deze zal ook op het ledennet verschijnen.

Handreikingen voor implementatie

In februari jl. heeft ActiZ samen met de VGN de Factsheet ‘Wzd: 50 vragen en antwoorden’ gepubliceerd, met daarin de hoofdpunten van de Wzd. Als follow up maakt ActiZ dit najaar in ieder geval nog twee handreikingen. Eén daarvan is een Handleiding ‘Wzd voor zorgaanbieders’ , waarin alle relevante onderwerpen worden toegelicht en uitgewerkt (onder andere opname en verblijf, onvrijwillige zorg, actoren bij de uitvoering van onvrijwillige zorg, rechtspositie cliënt, toezicht, ambulante onvrijwillige zorg). De andere handreiking zal voorzien in het juridische kader op basis waarvan een zorgaanbieder kan kiezen of hij onvrijwillige zorg gaat aanbieden of niet en op welke locatie(s) hij dit wil gaan doen. In de handreiking wordt geschetst aan welke voorwaarden een organisatie moet voldoen als zij kiest voor het aanbieden van onvrijwillige zorg. Tevens wordt geschetst wat de implicaties zijn als een organisatie hier niet voor kiest. Daarbij komt aan de orde in hoeverre ook buiten de Wzd (op basis van de Wgbo) zorg kan worden geboden ondanks dat de cliënt zich daartegen verzet. Voor de totstandkoming van de handreikingen is overigens ook informatie nodig die nog niet bekend is en is vastgesteld door het parlement zoals de wijziging Wzd en het Besluit zorg en dwang.

Registratie

De Wzd bepaalt dat onvrijwillige zorg geregistreerd moet worden. Het is niet verplicht om een aparte registratie bij te houden. Onvrijwillige zorg kan ook geregistreerd worden in het elektronisch cliëntdossier (ECD). Het ECD moet dan wel de gegevens kunnen genereren die nodig zijn om halfjaarlijkse overzichten van de verleende onvrijwillige zorg op te stellen en om de verleende onvrijwillige zorg te kunnen analyseren. ActiZ is gestart met een vernieuwing van het Programma van Eisen voor het ECD. In dit PvE zal ook de registratieverplichting van de Wzd worden meegenomen.

Klachtencommissie Zorg en dwang

De huidige wet Bopz schijft voor dat klachten over de toepassing van dwang door een klachtencommissie moet worden beoordeeld. Uitspraken van de klachtencommissie op basis van de Bopz zijn bindend.

De Wzd handhaaft het klachtrecht, maar staat organisaties niet meer toe een eigen klachtencommissie in stand te houden. De nieuwe wet legt het initiatief bij de branche- en cliëntenorganisaties om een klachtencommissie in te stellen. Hierop vooruitlopend is ActiZ gestart met een Landelijke Klachtencommissie Onvrijwillige Zorg. Deze commissie is eind van dit jaar operationeel. In 2019 kan deze commissie door leden van ActiZ gebruikt worden als klachtencommissie Bopz. Vanaf 2020 wordt de commissie de klachtencommissie Wzd.

Cliëntvertrouwenspersoon 

De Wzd schrijft voor cliënten een beroep moeten kunnen doen op een onafhankelijke cliëntvertrouwenspersoon (CVP) voor. Een CVP is niet uitwisselbaar met de klachtenfunctionaris van de Wkkgz. Het zijn twee verschillende functionarissen met verschillende wettelijke taken en bevoegdheden.

De kosten van de CVP zouden aanvankelijk voor rekening van de zorgaanbieders zijn. Na bezwaren van ActiZ heeft de Minister echter toegezegd dat de overheid, net als in de GGZ het vertrouwenswerk betaalt. In plaats van de zorgaanbieders krijgen de zorgkantoren de taak om, naar analogie van de organisatie van de cliëntondersteuning, zorg te dragen voor de beschikbaarheid van cliëntvertrouwenspersonen. Zorgorganisaties hebben anders dan in indirecte zin geen bemoeienis met de inrichting van het vertrouwenswerk.

1-DSC_0056-001

Michiel Kooijman