VVT-Werkgeverschap

3. Wat niet werkt bij medezeggenschapsvernieuwing?

Leerpunten: doe er uw voordeel mee

De experimenten in het project ‘Breng beweging in de Medezeggenschap!’ leveren ook een overzicht op van dingen die in de praktijk niet goed blijken te werken. Onder het motto: van je fouten kun je leren…

Oude vormen te snel afbreken

Het blijkt niet handig om de omslag van ‘vertegenwoordigende’ naar ‘participatieve’ medezeggenschap te starten met een vermindering van de al bestaande ondernemingsraden of het aantal zetels. Hiervoor wordt wel eens gekozen omdat er beperkte middelen zijn: faciliteiten kunnen aan OR-werk besteed worden óf aan directe participatie. Of het één, of het ander. Er doet zich dan een volgorde-conflict voor: brengen we eerst het aantal OR-zetels terug om participatietrajecten te faciliteren, of maken we meters met participatietrajecten zodat de OR-zetels overbodig worden? Zo’n start leidt tot defensieve discussies en een moeizaam positiespel. Omgekeerd: als directe participatie zich bewezen heeft, dan zien OR-leden hun agenda minder vol worden en groeit het draagvlak voor het reduceren van de faciliteiten.

Het aan de OR overlaten

Het blijkt niet handig om de verantwoordelijkheid of het initiatief voor de vernieuwing van medezeggenschap helemaal aan de OR over te laten. Dat sluit weliswaar aan op de onder de WOR gegroeide situatie - zeggenschap is voor het management en medezeggenschap is voor de OR – maar het is geen handig vertrekpunt voorvernieuwing.

Vernieuwing van medezeggenschap heeft een actieve betrokkenheid van de bestuurder en het lijnmanagement nodig. Voorbeeld: het inzetten van directe participatie. Dit verandert net zozeer de managementpraktijk, als het OR-werk. Zonder het lijnmanagement starten participatietrajecten dikwijls te laat, zodat er geen recht kan worden gedaan aan het uitgangspunt dat medewerkers meebouwen aan het besluit.

De nieuwe werkwijze vooraf uittekenen

Soms start de modernisering van de medezeggenschap met een discussie over een inspirerend nieuw medezeggenschapsmodel. Een ‘bouwtekening’ van een andere manier van medezeggenschap. Het nieuwe model wordt vergeleken met de huidige praktijk. Daarover wordt dan lang gepraat. Voor- en nadelen worden besproken. Uit onzekerheid wordt het nieuwe model met allerlei procedures en regels helemaal dichtgetimmerd. Als het al tot invoering komt, blijkt het model te ingewikkeld: niemand weet precies wat ie doen moet. Handiger is om, zeker bij de start, ruimte te houden voor de drijfveren en dromen die er in de organisatie leven over medezeggenschap. En om te behouden wat al goed functioneert.

Onderhandelen over de vernieuwing

Een van de overlegpartners ziet kansen en is bevlogen over de mogelijkheden die vernieuwing biedt. De ander zit er niet op te wachten of heeft andere dringende zaken te doen. De bevlogen partner probeert te overtuigen, de ander oppert bezwaren. Het wordt al snel een onderhandeling: als we op deze plek wat vernieuwen, dan laten we het op dat andere punt bij het oude.

Onderhandelen over vernieuwing wijst (vaak) op een gebrek aan vertrouwen in nieuwe werkvormen en belemmert de vernieuwing. Ervaring opdoen met de nieuwe vormen via experimenten biedt dan uitkomst.

Alles tegelijk

Er is al veel in beweging in zorgorganisaties. Denk aan zelforganisatie, cliëntgericht werken en verschuivingen in de financiering. Daar komt de vernieuwing van de medezeggenschap bij. Waar verschillende initiatieven tegelijk worden ontwikkeld, blijft vaak veel steken in goede bedoelingen. Hoe verleidelijk het ook lijkt om alles in een keer goed te doen, medewerkers, managers en medezeggenschappers kunnen een beperkt aantal veranderingen tegelijk aan. Een stapsgewijze aanpak werkt handiger.

Stapelen in plaats van vernieuwen

Nieuwe medezeggenschapsvormen vervangen niet de oude, maar ze komen erbij. Dat is een bekende valkuil. De nieuwe vormen worden opgenomen in de bestaande praktijk. Participatie van medewerkers wordt gezien als intensivering van het achterbancontact. Een klankbordgroep geeft een advies, de OR behandelt het alsnog als hamerstuk. In het MT wordt gebrainstormd en vervolgens start een participatietraject.

Op die manier draagt iedere vernieuwing bij aan de complexiteit van werkafspraken en procedures. Probeer voor ogen te houden welke bestaande praktijk er wordt vernieuwd. En maak verschillende vormen van medezeggenschap niet van elkaar afhankelijk.