VVT-Werkgeverschap

1. Vier vernieuwingsrichtingen in medezeggenschap

Beweging genoeg!

De twintig deelnemende VVT-organisaties aan het traject ‘Breng beweging in de Medezeggenschap! ’ hebben ervaring opgedaan met vier vernieuwingsrichtingen.

  1. Directe Participatie: medewerkers betrekken bij de besluitvorming
  2. Projectmatig OR-werk: medewerkers betrekken bij het OR-werk
  3. Medezeggenschapstalent: talent ontwikkelen voor medezeggenschap
  4. De strategische OR: de OR een strategische rol geven

Wat is medezeggenschap?

Het vernieuwingstraject benadert medezeggenschap in de brede zin van het woord.

Medezeggenschap = alle manieren om medewerkers te betrekken bij het ontwikkelen van beleid en het nemen van belangrijke besluiten.

Daar hoort het werk van de ondernemingsraad bij, als een vorm van vertegenwoordigende medezeggenschap. Maar ook andere manieren om medewerkers direct te betrekken bij de besluitvorming. Zoals directe participatie, klankbordgroepen en het werkoverleg.

Ook zelforganisatie is te zien als een vorm van medezeggenschap, waarbij medewerkers binnen bepaalde kaders zelf besluiten nemen over de organisatie van hun werk. Omdat de pilotorganisaties hiermee niet geëxperimenteerd hebben, valt dit buiten de scope van het project. Wel blijkt de beweging naar zelforganisatie in bijna alle zorgorganisaties een belangrijke drijfveer om medezeggenschap te vernieuwen.

Drie veelvoorkomende uitdagingen

Bij de experimenten met medezeggenschap spelen drie veelvoorkomende uitdagingen. Zo zijn er veel partijen bij betrokken: bestuurders, lijnmanagement, staf- en ondersteuning, OR-leden, vakbonden en uiteindelijk alle medewerkers. Zij moeten, allemaal vanuit hun eigen deelbelang, akkoord gaan met de vernieuwing en hier hun schouders onder zetten.

Een andere uitdaging waarmee rekening moet worden gehouden, is de Wet op de ondernemingsraden (WOR), die uit de jaren 70 van de vorige eeuw stamt, en destijds voor het bedrijfsleven is gemaakt. Voor een zorgorganisatie anno 2016 doet die wet ouderwets aan.

Het laatste - en niet het minste - vraagstuk is de volstrekte scheiding tussen ‘zeggenschap’ en ‘medezeggenschap’ die de Wet op de ondernemingsraden teweeg heeft gebracht, als gevolg van de zelfstandige positie van de OR. Het lijkt alsof er een soort van muur staat tussen zeggenschap en medezeggenschap. Bestuurder en management gaan over zeggenschap, en de OR over medezeggenschap.

In veel organisaties heeft het management de medezeggenschap overgelaten aan de ondernemingsraad, en daarmee ook de vernieuwing van de medezeggenschap. Dat blijkt vernieuwing in de weg te zitten, want veel nieuwe werkvormen vragen ook om een alerte inzet van lijnmanagers en stafmedewerkers.