VVT-Ondernemerschap

CZ verliest kort geding over Governance eisen

Valkenhof, Land van Horne, Sint Annaklooster, het Mr. L.E. Visserhuis en Laurens hebben een  kort geding tegen Zorgkantoor CZ over de governance eisen in de Wlz-contractering,  gewonnen (zie het vonnis).  Inzet van het geding was de toetredingseis van het Zorgkantoor over de wijze waarop bepalingen uit de Zorgbrede Governancecode  in de statuten van de zorgorganisaties moeten worden verwerkt.

De rechter oordeelde in dit geding dat de termijn die CZ stelde voor het aanpassen van de statuten van de zorgorganisaties onredelijk kort was. De eis van de zorgorganisaties wordt toegewezen: zij komen in aanmerking voor een tweejarig contract (in plaats van 1 jaar) en voor een maximale tariefopslag van 3 procent. Volgens ActiZ brengt het beginsel van gelijke behandeling met zich mee  dat niet alleen  de eisers in dit geding maar ook de andere inschrijvers rechten kunnen doen gelden op een overeenkomst met deze condities. ActiZ heeft  CZ gevraagd hier werk van te maken (zie brief aan zorgkantoor).

Inzet kort geding
CZ Zorgkantoor heeft in zijn Wlz-bestek voorgeschreven dat als een zorgaanbieder in zijn statuten de mogelijkheid van schorsing van toezichthouders opneemt, die regeling dient te voldoen aan de eisen van artikel 4.2, negende lid, van de Zorgbrede Governance Code zodat ook bij een schorsing in de statuten dient te zijn aangegeven op welke gronden die beslissing kan worden genomen, met welke meerderheid van stemmen dat besluit genomen dient te worden en welke procedure eventueel gevolgd moet worden. CZ Zorgkantoor stelt in dit kort geding dat zij deze eis mocht stellen en beroept zich op haar contracteervrijheid. Uit deze contracteervrijheid vloeit voort dat CZ Zorgkantoor bij het proces van zorgcontractering voorwaarden mag stellen en dat het vervolgens aan haar contractspartijen is om deze al dan niet te accepteren. En door in te schrijven op de zorginkoopprocedure accepteert de zorgaanbieder de inkoopvoorwaarden, waaronder de eis om statuten aan te passen.

De rechter geeft CZ Zorgkantoor hierin gelijk. Op basis van haar contractsvrijheid mag CZ nadere eisen  stellen, ook als het gaat om een door CZ Zorgkantoor gewenste invulling van de governancecode,  zolang die eisen hun grondslag vinden in de code. De door CZ Zorgkantoor gestelde eis dat indien in de statuten een regeling voor schorsing wordt opgenomen dan ook de gronden voor schorsing in de statuten moeten worden opgenomen, is toelaatbaar nu dit vereiste niet in strijd is met de tekst van artikel 4.2 lid 9 van de ZGC 2010. Op een ander, minder principieel punt krijgen de zorgaanbieders wél gelijk: de termijn die de zorgorganisaties hadden om hun statuten aan te passen was onredelijk kort. Op 2 juli 2015 had CZ Zorgkantoor pas haar nadere nota van wijzigingen gepubliceerd en op 31 juli 2015 sloot de inschrijfprocedure al. Volgens de rechter had CZ Zorgkantoor de zorgorganisaties op grond van de redelijkheid en billijkheid een termijn van tenminste zes weken moeten gunnen voor een statutenwijziging en die termijn is niet in acht genomen. De vorderingen van de zorgorganisaties worden toegewezen – een contract voor twee jaar en geen ‘strafkorting’ op de tarieven.

Zorgkantoren zijn volgens vaste rechtspraak bij (vrijwillige) aanbestedingsprocedures gehouden aan de fundamentele beginselen van het aanbestedingsrecht. Dit wordt ook in deze uitspraak gememoreerd. Deze fundamentele beginselen zijn met name het objectiviteitsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel, het transparantiebeginsel en het proportionaliteitsbeginsel. De bovengenoemde uitspraak creëert  twee ‘groepen’ zorgorganisaties die hun statuten niet op 31 juli 2015 aan de eisen van CZ hadden aangepast, maar die nu wel verschillend behandeld worden: de 78 inschrijvers met niet tijdig gewijzigde statuten hebben ongunstigere contractvoorwaarden dan de 5 inschrijvers die de statuten niet tijdig hadden gewijzigd maar die wel dit kort geding zijn gestart. ActiZ,  GGZ Nederland en de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) menen dat  deze ongelijke behandeling in strijd komt met het gelijkheidsbeginsel. ActiZ heeft  daarom CZ Zorgkantoor verzocht om ook de overige 78 inschrijvers een overeenkomst aan te bieden tegen dezelfde condities als de 5 zorgorganisaties die dit geding hebben gevoerd.

 

1-DSC_0056-001

Michiel Kooijman