VVT-Kwaliteit

Kwaliteit en het Toezicht

Logo-overheid-klein

VWS heeft op 12 juni 2014 de Kwaliteitsagenda voor de zorg uitgebracht, gelijktijdig met het IGZ rapport Verbetering van de kwaliteit van de ouderenzorg gaat langzaam. Beiden roepen het beeld op dat de huidige veranderingen in de langdurige zorg ook een transitie betekenen in het denken en doen met betrekking kwaliteit en veiligheid.

 

Dat beeld wordt bevestigd door de Eindrapportage toezicht IGZ op 150 verpleegzorginstellingen die begin juli 2016 uitkwam: hoewel de cliëntgerichtheid heel groot is blijven beelden over kwaliteit en veiligheid vooral gehecht aan gezondheidsrisico’s. Tegelijkertijd is er meer deskundigheid nodig in verband met een groeiende complexiteit van zorg, en een betere aansturing op alle niveaus. ActiZ vindt dat de IGZ hiermee een duidelijk signaal afgeeft.

Tegelijk met genoemde eindrapportage presenteerde de IGZ vorige week haar nieuwe Toezichtkader onder de titel ‘Zo houdt de Inspectie de komende jaren toezicht’. Daarmee beoogt de IGZ beter aan te sluiten op de ontwikkelingen in de samenleving. ‘Persoonsgerichte zorg is minstens zo belangrijk als veilige zorg` schrijft de IGZ. Dit zijn dan ook de twee pijlers voor het toekomstige toezicht, en beiden ‘wegen even zwaar’ voor de IGZ. Volgens ActiZ vraagt het nieuwe Toezichtkader ook een andere rolinvulling van de IGZ bij de toepassing ervan.

 

Standpunt ActiZ
ActiZ is nadrukkelijk van mening dat de vereiste verbeterslag alleen gemaakt kan worden als er ruimte komt voor het waarmaken van de eigen verantwoordelijkheid van bestuurders, zorgprofessionals en cliënten. De huidige regels, en de manier waarop deze getoetst worden doen dat onvoldoende.

 ‘De eisen aan de basis op orde zijn gemaakt door de zorgsector’ zegt de IGZ. Dat klopt – het maakt onderdeel uit van het nieuwe Kwaliteitskader. Maar de vraag of daar aan voldaan wordt is gekoppeld aan de eigen rolinvulling van de IGZ, vanuit de vraag of de inspectie maatregelen moet nemen. Dat hoort bij haar taak. Het antwoord ligt daarom besloten in het toetsings- en wegingskader van de IGZ. Met dit eigen oordeel over de vraag of het goed genoeg is normeert de IGZ onvermijdelijk wel degelijk. Dat is een zware verantwoordelijkheid met een grote impact, zoals wij hebben mogen merken. Een impact die in géén verhouding staat tot een gewogen oordeel over de daadwerkelijke kwaliteit en veiligheid. Daarvoor is hoor en wederhoor nodig – het goede gesprek over de goede dingen. Kortom: de essentie van het nieuwe kwaliteitskader.

 

Van systemen naar mensen – een uitdaging voor alle betrokken
Of de IGZ met deze nieuwe benadering daadwerkelijk beter gaat aansluiten bij de huidige zorgpraktijk en de beweging van systemen naar mensen, zal helemaal afhangen van de manier waarop dit in het Toezicht vorm en inhoud gegeven wordt, welke oordelen daarop gebaseerd worden en hoe verantwoordelijken aangesproken gaan worden. De extra aandacht voor goede professionaliteit en goed bestuur, in aansluiting op het nieuwe kwaliteitskader biedt in ieder geval kansen.

 

Voor de branche is het nu de uitdaging om de kwaliteit van binnen naar buiten ‘waar’ te maken en dat ook te tonen. In zorg- en samenwerkrelaties, in medewerker/leidinggevende relaties, in verantwoordingsrelaties. Samen weten waar het om draait en wat de bedoeling is, dat zichtbaar maken in het eigen gedrag, en daar onderling en naar buiten toe aanspreekbaar op te zijn.

 

Nieuwsberichten:

 

1-DSC_0327

Tineke van Sprundel