Jolanda Meijer en Marcel van Woensel

collage4K

Jolanda Meijer is directeur/bestuurder van Ouderenzorg Noord-Beveland in Colijnsplaat en Marcel van Woensel is lid Raad van Bestuur van Proteion in Haelen. Beiden zijn lid van de Kerngroep Wonen en Zorg van ActiZ.

Van Woensel geeft aan dat hij lid is geworden van de Kerngroep omdat hij graag aangehaakt wil blijven bij alle veranderingen en een bijdrage wil leveren aan de discussie, in dialoog met de collega bestuurders en het ActiZ bureau.

Van Woensel zegt: “Ik ben ongelofelijk blij met de publicatie ‘Aan het werk in het verpleeghuis’. Juist in deze verhalen zie je wat de opbrengst is van het extra geld voor de ouderenzorg. Je ziet dat er veel verschillende manieren zijn waarop het extra geld besteed wordt. En die zijn allemaal goed; er is geen ‘one size fits all’. Dat is wat we de politiek ook duidelijk willen maken. Deze verhalen laten duidelijk zien dat de besteding van het extra geld context-gebonden is en tot stand komt in de relatie tussen medewerker en cliënt. Dat impliceert dat een standaard oplossing die van bovenaf wordt opgelegd, niet gaat werken.”

De motivatie voor Jolanda Meijer om in de kerngroep plaats te nemen is min of meer dezelfde als die van Marcel van Woensel. Ze wil bijdragen aan en waar mogelijk bijsturen op toekomstbestendige en verantwoorde ontwikkelingen in de ouderenzorg. Over de publicatie ‘Aan het werk in het verpleeghuis’ zegt Jolanda Meijer: “Wat me raakte in de verhalen was dat de medewerkers zo ongelofelijk blij zijn met het extra geld! Dat stelt ze in staat om te doen waar ze blij van worden en goed in zijn: cliënten voldoende aandacht geven. Dat is de reden waarom ze voor de ouderenzorg gekozen hebben. En ze hebben in het verleden al heel wat op dit gebied moeten inleveren.

In alle verhalen staat aandacht voor heel de mens centraal. En de behoefte aan techniek die helpt bij het ‘ontzorgen’. Op verschillende manieren komen de toenemende verzwaring van de ouderenzorg en de kwaliteitsimpuls terug. Je ziet dat voor alle medewerkers de werkelijke toets het effect op de cliënt is, en waar die blij van wordt.”

Volgens Van Woensel hebben de verhalen van medewerkers een grote gemene deler: “Je leest uit de verhalen dat alle verbeteringen op de werkvloer tot stand zijn gekomen in overleg met de cliënt, de mantelzorgers en de cliëntenvertegenwoordiging. Die ontwikkeling was al in gang gezet met de ontwikkeling van het kwaliteitskader, maar het leidde pas echt tot een organisatieverandering toen het extra geld langskwam. Je kunt wel spreken van een enorm positief bijeffect.

Maar de krapte op de arbeidsmarkt is groot en neemt toe. We moeten ons met z’n allen realiseren dat sommige doelstellingen hierdoor niet gehaald gaan worden en een aantal ontwikkelingen zullen achterlopen bij planvorming. Het feit dat niet al het geld naar grote waarschijnlijkheid binnen de gestelde termijnen uitgegeven kan worden, moet niet resulteren in het dichtschroeven van de kraan. De branche heeft gewoon meer tijd nodig. Het tempo waarin we geacht worden een inhaalslag te maken, is op z’n zachts gezegd een enorme uitdaging.”

Jolanda Meijer vat samen: “De hele branche staat achter het idee van handen uit de mouwen en dingen voortvarend oppakken, maar we moeten wel met de politiek in gesprek blijven over hoe dit de grootste kans van slagen heeft en wat een realistische termijn is, met oog voor voortschrijdend inzicht.”