nieuws

28 januari 2016VVT Nieuws, Zorg

Vernieuwing in het sociaal domein komt voorzichtig op gang

Uit het kwalitatieve onderzoek dat BMC in opdracht van ActiZ, brancheorganisatie van zorgondernemers, heeft uitgevoerd blijkt dat de eerste voorzichtige stappen op weg naar de beoogde vernieuwing in de Wmo zijn gezet. Gemeenten en aanbieders ontwikkelen mooie, creatieve oplossingen en goede partnerships. Maar er zijn ook belemmeringen, waaronder de grote hoeveelheid regels waar gemeenten en zorgorganisaties bij vernieuwing tegenaan lopen. Belangrijkste conclusie van het onderzoek is dat zorgorganisaties en gemeenten graag willen vernieuwen. Maar dat het een kwestie van lange adem is om dat te realiseren.

ActiZ en BMC hebben de afgelopen maanden onderzocht hoe gemeenten en zorgorganisaties sinds de decentralisatie per 1 januari 2015 en ondanks alle bezuinigingen samen vorm geven aan de vernieuwing in de Wmo. Het onderzoek is een kwalitatieve verdieping op de enquête die in het voorjaar onder ActiZ-leden is gehouden. Uit die enquête bleek dat de randvoorwaarden voor vernieuwing van het zorgaanbod vaak ontbreken: veel zorgorganisaties hebben met gemeenten geen afspraken kunnen maken over het verminderen van administratieve lasten of over het aangaan meerjarencontracten. Bovendien blijken de tarieven vaak niet kostendekkend. Ook is het voor zorgorganisaties moeilijk om de zorg voor thuiswonende ouderen goed te organiseren: doordat gemeenten en verzekeraars deze zorg vaak los van elkaar inkopen, kunnen zorgorganisaties geen samenhangend pakket leveren.

Acht praktijkvoorbeelden

In het verdiepende onderzoek onderzocht BMC acht praktijkvoorbeelden, waarbij is gekeken hoe gemeenten en zorgorganisaties proberen de vernieuwing vorm te geven en ruimte te creëren voor maatwerk. Deze praktijkvoorbeelden richten zich op het versterken van de zelfredzaamheid en eigen regie van cliënten, het bieden van ruimte aan de cliënt en de zorgprofessional om de ondersteuning samen vorm te geven en het bieden van ruimte aan zorgorganisaties voor maatschappelijk ondernemerschap.

In het rapport komen acht zeer verschillende praktijkvoorbeelden aan bod. Zij zijn niet representatief voor wat er in andere regio’s gebeurt, maar illustreren hoe gemeenten en zorgorganisaties, vaak tegen de klippen op, werken aan vernieuwing. Ook kunnen de voorbeelden inspiratie bieden voor andere initiatieven.

Concrete voorbeelden van vernieuwing

Drie thema’s springen eruit:

  • Van controle naar vertrouwen. Door nieuwe vormen van sturing en bekostiging krijgen zorgaanbieders en professionals meer ruimte om met klanten afspraken op maat te maken. Dat zien we bijvoorbeeld in Brunssum en Alphen aan den Rijn, waar de gemeenten hebben gekozen voor lumpsumfinanciering. Ook het terugdringen van administratieve lasten helpt daarbij. Zo hebben de gemeenten Brunssum en Sittard-Geleen ervoor gekozen om geen verplichte monitorinstrumenten op te leggen. 
  • Samenwerking en concurrentie. Binnen het sociaal domein ontstaan nieuwe samenwerkingsverbanden tussen zorgorganisaties. Zo is in de pilot Handen Ineen in Leeuwarden ervaring opgedaan met een ontschot wijkbudget voor zorg en welzijn. Dit heeft geleid tot een afname van het zorggebruik en een verschuiving naar lichtere vormen van ondersteuning.
  • Burgers aan zet! Burgers krijgen een steeds belangrijkere rol in het sociaal domein. Zo hebben inwoners van Amsterdam-Zuid zich verenigd in de coöperatie Stadsdorp-Zuid. En in Rotterdam wordt een voormalig woonzorgcentrum geschikt gemaakt voor verhuur aan kwetsbare inwoners met een beperkt inkomen. In ruil voor een lage huur leveren de bewoners wederkerigheidsdiensten aan elkaar en aan de wijk.

Belemmeringen

Gemeenten en zorgorganisaties die willen vernieuwen, hebben soms ronduit last van de bestaande systeemwereld. Zo lopen zij tegen een grote hoeveelheid regels aan die vernieuwingstrajecten behoorlijk in de weg zitten. Pleidooi is dan ook om daar een oplossing voor te vinden.

Conclusies

Uit dit rapport blijkt dat de vernieuwing nog in de kinderschoenen staat. Er zijn ‘kiemen van vernieuwing’ zichtbaar en gemeenten en zorgorganisaties hebben een basis gelegd van waaruit zij samen verder kunnen werken. Om ze tot een volgende groeifase te brengen is bestuurlijke en professionele vastberadenheid nodig. Oog voor de juridische beperkingen die aanbieders ondervinden bij de onderlinge samenwerking is essentieel voor het partnerschap tussen aanbieders en gemeenten. Daarbij moet de burger centraal blijven staan.

Klik hier voor het onderzoek BMC - ActiZ

Klik hier voor het rapport casusbeschrijvingen

Lees ook de blog naar aanleiding van dit rapport door Thomas Gelissen, wethouder sociaal domein van de gemeente Brunssum

1-DSC_0862

Laatste nieuws