06 april 2020Financiering, VVT Nieuws

OVA voor 2020 vastgesteld

De definitieve Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA) voor 2020 is berekend. Op grond van het Centraal Economisch Plan van het CPB is de OVA vastgesteld op 3,28%. Omdat deze cijfers pas nu bekend zijn en de inkoop van zorg al gebeurt voordat het jaar ingaat, is er voor de inkoop 2020 gebruik gemaakt van een prognose uit het voorjaar 2019. De raming was 2,52%. Volgend jaar zal het verschil tussen de raming en de definitieve OVA bij de tarieven moeten worden opgeteld. 

Invloed op de tarieven

De tarieven voor 2020 zijn al afgesproken en wijzigen niet als gevolg van de definitieve OVA. Voor 2020 zal voor de Wet langdurige zorg de NZa het verschil tussen de raming die gebruikt is voor de prijsafspraken voor 2020 en de definitieve OVA meenemen in de totale indexatie. Voor de Zorgverzekeringswet en de Wmo moeten zorgaanbieders dit verschil zelf meenemen in de contractbesprekingen.

CAO betaalbaar

De CAO is afgesproken in 2019, op basis van de toen bekende cijfers voor contractloon. Die waren 2,5% voor 2020 en 2,3% voor 2021. De definitieve OVA 2020 en de raming 2021 zijn nu fors hoger. De CAO die is afgesproken is dus betaalbaar. Overigens is de verwachting wel dat de OVA voor 2021 lager uitkomt dan nu geraamd is, door economische krimp als gevolg van de huidige coronacrisis.

Opbouw OVA

De OVA bestaat uit drie componenten: een component voor contractloon, dit is de ontwikkeling van de contractlonen in de markt, een component voor incidentele loonontwikkeling in de marktsector, die overeenkomt met onze periodieken, en een component voor de wijziging van de werkgeverslasten. Voor 2020 en 2021 zijn deze als volgt:

 

2020

2021

Contractloon

3,0%

2,7%

Incidenteel

0,2%

0,3%

Werkgeverslasten

0,08%

0,28%

OVA

3,28%

3,24%

 

fem-korsten

Laatste nieuws