nieuws

15 april 2019Wet en regelgeving

Wet ‘Gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding’ gaat in op 1 augustus 2019

Per 1 augustus treedt de wet in werking die een gedeeltelijk verbod van gezichtsbedekkende kleding in de openbare ruimte regelt. De nieuwe wet verbiedt het dragen van gezichtsbedekkende kleding, zoals bivakmutsen, boerka’s, nikabs of integraalhelmen in het onderwijs, het openbaar vervoer, ziekenhuizen en overheidsgebouwen.

Wat houdt dit in voor zorginstellingen?

Het verbod gaat gelden voor gebouwen en terreinen van zorginstellingen waar zorgverleners zorg, jeugdhulp of jeugdgezondheidszorg verlenen vanuit Zorgverzekeringswet (Zvw), Wet langdurige zorg (Wlz) of Jeugdwet. Of het Rijksvaccinatieprogramma uitvoeren. Er zijn een paar uitzonderingen:

  • De wet heeft géén betrekking op een gebouw en erf waar uitsluitend particulier gefinancierde zorg wordt verleend.
  • In instellingen die verblijf voor onbepaalde tijd aanbieden geldt het verbod niet voor kleding die door cliënten, patiënten of hun bezoekers wordt gedragen:
    • in de delen van het gebouw waar de cliënten verblijven/wonen;
    • in niet-residentiele delen van deze instelling die door het bevoegd gezag van de zorginstelling zijn uitgezonderd van het verbod. Dit kunnen de delen van het gebouw en het erf zijn waar cliënten, patiënten of hun bezoekers vaak (langs) komen.

Bij deze uitzonderingssituaties is het belangrijk als zorginstelling duidelijk te maken aan bewoners, bezoekers en medewerkers welke de residentiële en welke de niet-residentiële delen van het gebouw van de instelling zijn. En waar het in niet-residentiële delen van de zorginstelling is toegestaan aan cliënten of patiënten en hun bezoekers om gezichtsbedekkende kleding te dragen.

Welke gezichtsbedekking wordt bedoeld?

Het bevorderen van goede communicatie staat voorop. In bepaalde situaties moeten mensen elkaar aan kunnen kijken. Het verbod heeft daarom betrekking op alle vormen van kleding waarin het gezicht geheel bedekt of zodanig is bedekt dat alleen de ogen onbedekt zijn, dan wel onherkenbaar is gemaakt: bijvoorbeeld bivakmutsen, boerka’s, nikabs, integraal-helmen.

Het verbod geldt niet voor kleding die noodzakelijk is voor lichamelijke bescherming in verband met de gezondheid of veiligheid, noodzakelijk is in verband met de uitoefening van een beroep of sport, of passend in verband met deelname aan feestelijke of culturele activiteit.

Wat wordt verwacht van zorginstellingen?

Van zorginstellingen wordt verwacht dat medewerkers worden ingelicht over de nieuwe wet. En dat er afspraken gemaakt worden over hoe te handelen of te communiceren met iemand die in overtreding is (afhankelijk van uw inschatting van de kans op overtreding).

Hoe te handelen bij overtreding van het verbod?

Iemand die in overtreding is kan door een medewerker van de instelling gevraagd worden om de gezichtsbedekking af te doen of het gebouw te verlaten. Bij een oplopend conflict kan de politie worden gebeld voor de-escalatie. In het uiterste geval kan aan de betreffende persoon een boete worden opgelegd.

Communicatiemiddelen

Voor de zomer biedt het ministerie van Binnenlandse Zaken communicatiemateriaal over de wet aan. Denk aan algemene uitleg over de wet, infographics en veel gestelde vragen (Q&A’s). Deze informatie wordt via diverse kanalen verspreid. Ook ActiZ zal haar leden hierover informeren.

Lees algemene informatie over de wet op Rijksoverheid.nl

laat hier een reactie achter

Naam
E-mail
Reactie
1-DSC_0443-001

Veronique Tubée

Laatste nieuws