nieuws

10 april 2018Kwaliteit, VVT Nieuws

Middelen voor het kwaliteitskader komen beschikbaar via kwaliteitsbudget

Uit het Programma Kwaliteit Verpleeghuiszorg van minister De Jonge blijkt dat de extra middelen voor het kwaliteitskader beschikbaar komen via een afzonderlijk kwaliteitsbudget. Zorgorganisaties maken daarover jaarlijks afspraken met het zorgkantoor.

In dit bericht leest u meer over de uitgangspunten van het programmaplan voor de Wlz-inkoop en de bekostiging. De hoofdpunten zijn:

  • Tijdens de ingroeifase 2019 – 2021 komen de benodigde extra middelen beschikbaar via een kwaliteitsbudget. Zorgorganisaties maken hierover afspraken met hun zorgkantoor. Het kwaliteitsplan, met een bijbehorende begroting, is daarvoor de basis. Het uitgangspunt is dat de extra middelen na de ingroeifase worden verwerkt in de reguliere tarieven.
  • Als landelijk richtsnoer geldt dat de extra middelen voor 85 procent bedoeld zijn voor de inzet van extra medewerkers en  voor maximaal 15 procent voor andere investeringen in kwaliteit. Op lokaal niveau worden passende afspraken gemaakt waarbij afgeweken kan worden van de landelijke verhouding.
  • Zorgorganisaties spreken met het zorgkantoor af hoe zij zich verantwoorden over de besteding van de extra middelen.
  • De NZa zal onderzoek doen naar mogelijke regionale kostenverschillen. Ook zal de NZa onderzoeken of de ‘best presterende’ organisaties de norm kunnen zijn voor de tariefstelling.
  • Naast de extra middelen kunnen zorgkantoren jaarlijks € 50 miljoen inzetten voor specifieke knelpunten bij zorgorganisaties of in hun regio.
  • De middelen van Waardigheid en trots (voor zinvolle dagbesteding en deskundigheidsbevordering blijven structureel beschikbaar.
Reactie ActiZ

ActiZ is verheugd dat het programma op veel onderdelen aansluit bij de ambities van zorgorganisaties. Ook  is het een goede zaak dat de extra middelen niet alleen bestemd zijn voor meer personeel, maar ook ingezet kunnen worden voor andere investeringen in kwaliteit. Lokaal kan worden afgeweken van de landelijke verdeling van 85/15 procent. Minder gelukkig zijn wij met de voorstellen voor het kwaliteitsbudget. De plannen die daarvoor gemaakt moeten worden leiden tot onnodige administratieve lasten. Wij pleiten ervoor dat de extra middelen zo snel mogelijk onderdeel uitmaken van de reguliere tarieven.

Kwaliteitsplan basis voor afspraken over extra middelen

Het programmaplan sluit aan bij de leer- en verbetercyclus van het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg. Zorgorganisaties stellen jaarlijks een kwaliteitsplan op met een verbeterparagraaf per locatie. Volgens het programmaplan wordt hier een begroting aan toegevoegd, op basis waarvan zorgorganisaties met het zorgkantoor afspraken maken over de extra middelen. In dit bericht leest u meer over de relatie tussen het programmaplan en de werkwijzen en structuren uit het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg

Onduidelijk is nog hoe het tijdspad van de inkoop (start vanaf 1 juni) zich verhoudt tot de cyclus van het kwaliteitskader, waarbij het kwaliteitskader uiterlijk 31 december beschikbaar moet zijn.

Kwaliteitsbudget en ingroeipad

De extra middelen 2018 voor het Kwaliteitskader (€ 435 miljoen) zijn in de tarieven opgenomen. Dit bedrag blijft in 2019 beschikbaar via het reguliere tarief.

Tijdens de ingroeifase (in het Programma voorzien in 2019 – 2021) komen de extra middelen jaarlijks beschikbaar in de vorm van een kwaliteitsbudget. Voor 2019 gaat het macro om ongeveer € 600 miljoen. Het uitgangspunt is dat de extra middelen na de ingroeifase worden verwerkt in het integrale tarief. De komende periode werken partijen (ministerie van VWS, ActiZ, ZN/zorgkantoren, NZa) gezamenlijk duidelijke spelregels uit die onderdeel gaan uitmaken van het inkoopbeleid 2019 en de beleidsregels van de NZa. 

Tabel 1 beschikbare budget.JPG

Inkoop gericht op kwaliteit

Zorgkantoren gaan bij de inkoop met de zorgorganisatie het gesprek aan over het verder ontwikkelen van de kwaliteit en de ambities van de zorgorganisatie. Volgens het Programma zullen medewerkers van zorgkantoren daarom vaker te vinden zijn op locaties van verpleeghuizen. Met de praktijkkennis voeren zorgkantoren de dialoog met de zorgorganisatie en sluiten zij contracten. In dit contract staan ook afspraken hoe de zorgaanbieder kan laten zien dat de zorg van voldoende kwaliteit is.

In het programma is in Bijlage 1 (pag. 36) de hoofdlijn van het inkoopbeleid 2019 voor het kwaliteitsbudget opgenomen.  Als afspraken over het kwaliteitsbudget niet worden nagekomen of als doelstellingen niet gehaald, zullen zorgkantoren (op grond van de overeenkomst) middelen terugvorderen of verrekenen.

Personeel en andere investeringen

Als richtsnoer gaat het programmaplan er vanuit dat op marco niveau 85% van de extra middelen wordt ingezet voor extra personeel en 15% beschikbaar is voor andere investeringen in kwaliteit. Lokaal kan echter van deze verdeling worden afgeweken. Bij andere investeringen kan bijvoorbeeld worden gedacht aan: verhogen deskundigheid van medewerkers, inzet van arbeidsbesparende technologie, inzet van technologie die bijdraagt aan kwaliteit van leven, en inzet van ondersteunend personeel.

Onderzoek naar verschillen in kosten

In het programmaplan staat dat de NZa zal onderzoeken of het wenselijk is om in de bekostiging rekening te houden met regionale kostenverschillen die niet beïnvloedbaar zijn voor zorgorganisaties. (Als voorbeeld worden grondprijzen genoemd.)

Ook vraagt VWS de NZa om te onderzoeken of de ‘best presterende’ organisaties de norm kunnen worden voor de tariefstelling. Daarmee worden organisaties bedoeld die met de huidige middelen meer zorgverleners beschikbaar hebben, onder andere door het wegnemen van onnodige overhead. ActiZ is van mening dat het programma hiermee onnodige onzekerheid schept over de toekomstige bekostiging. De afgelopen jaren zijn diverse onderzoeken uitgevoerd naar ‘koplopers’ en naar verschillen tussen zorgorganisaties. Daaruit blijkt telkens weer dat er niet één beste manier van organiseren is.  ActiZ pleit daarom voor een stabiele en zo eenvoudig mogelijke bekostiging, die ruimte laat voor lokale keuzes.

Om de benodigde investeringen voor het kwaliteitskader te kunnen doen, is het belangrijk dat zorgorganisaties kostendekkende tarieven krijgen en dat zij zekerheid hebben over de toekomstige bekostiging. Daarvoor is allereerst het kostenonderzoek Wlz belangrijk. De NZa zal dit onderzoek dit voorjaar afronden en voor 1 juli besluiten over de Wlz-tarieven 2019.

Transitiemiddelen

Los van de extra middelen voor het kwaliteitskader zijn voor verpleeghuizen de zogeheten transitiemiddelen beschikbaar voor de periode 2018 – 2021. Het gaat jaarlijks om € 50 miljoen. Het is ontwikkelruimte die zorgkantoren gericht kunnen inzetten voor specifieke knelpunten bij de invoering van het kwaliteitskader bij individuele organisaties of in de regio. Het kan gaan om knelpunten op het gebied van personeel, technologie en vastgoed. Deze regeling wordt nog nader uitgewerkt.

Waardigheid & Trots middelen

Reeds eerder zijn de zogeheten. ‘Waardigheid & Trots’ middelen structureel beschikbaar gesteld,  oplopend tot jaarlijks €180 miljoen. Dit bedrag is bedoeld voor zinvolle dagbesteding en deskundigheidsbevordering. Deze bedragen blijven beschikbaar.  

laat hier een reactie achter

Naam
E-mail
Reactie
Herma_klein
1-DSC_0862

Laatste nieuws