nieuws

30 mei 2017VVT Nieuws

NZa monitor contractering wijkverpleging steun in rug leden ActiZ

De ‘Monitor contractering wijkverpleging 2017’ die de NZa 29 mei jl. heeft gepubliceerd is een steun in de rug voor zorgaanbieders. Een belangrijke conclusie uit de NZa monitor is dat er in 2017 nog 300 miljoen euro beschikbaar is binnen het macrokader voor de wijkverpleging. Daarnaast signaleert de NZa aan de ene kant scherpe tariefstellingen en budgetplafonds gebaseerd op realisaties uit het verleden en aan de andere kant een verschuiving naar een zwaardere zorgvraag. Wanneer er niet voldoende wordt ingespeeld op de ontwikkelingen van de zorgvraag ziet de NZa voor de toekomst een risico voor de kwaliteit en toegankelijkheid van de wijkverpleegkundige zorg. 

De uitkomsten van het onderzoek van de NZa bevestigen de uitkomsten van het onderzoek dat ActiZ recentelijk zelf heeft gepubliceerd. In eerdere berichten concludeerde ActiZ dat de wijkverpleging financieel onder water staat. Ook PWC liet al zien dat de sector in 2016 149 miljoen euro verlies heeft geleden. 

Belangrijkste conclusies Monitor NZa

  • Het totaal aan gecontracteerde zorg en niet-gecontracteerde zorg en pgb is in 2017 naar schatting 3,3 miljard euro. Dit is ongeveer €300 miljoen lager dan het totale macrokader voor de wijkverpleging.
  • Zorgaanbieders en zorgverzekeraars werken vanaf 2017 massaal met het integrale uurtarief: bij gemiddeld 93% van de contracten maken zij hierover afspraken op maat. Zowel voor het integrale uurtarief als voor de tarieven van de reguliere prestaties baseren zorgverzekeraars zich op de tarieven van 2016. Voor het bepalen van de hoogte van het integraal uurtarief worden daarbij ook de historische productmix en de doelmatigheid van de betreffende aanbieder betrokken. De afgesproken integrale uurtarieven variëren tussen de € 44,40 en € 79,95 per uur (met één uitschieter van € 36). Voor de wijkverpleging waar in de contracten nog wordt gewerkt met de reguliere prestaties voor persoonlijke verzorging en verpleging (ongeveer 7% van de contracten), verschillen de afgesproken tarieven per zorgvorm. De afgesproken tarieven variëren van 65-99% van de maximumtarieven.
  • Voor de specifieke zorgvormen wijkgericht werken, beschikbaarheid van onplanbare zorg en ketenzorg dementie zijn samenwerking en regionale afstemming van belang. Verzekeraars kopen deze zorgvormen op verschillende manieren in: meestal als onderdeel van de reguliere zorg, maar ook de specifieke prestaties voor deze zorgvormen worden hiervoor gebruikt. De NZa maakt zich zorgen dat de samenwerking tussen zorgaanbieders en/of domeinen in een regio verloren gaat als deze functies op verschillende manieren en bij veel verschillende partijen worden ingekocht. Het risico bestaat dat te veel versnippering optreedt, wat de samenwerking en ook doelmatige inzet van de beschikbare capaciteit (en dus de toegankelijkheid van kwalitatief goede zorg) niet ten goede komt.
  • Zorgverzekeraars zijn over het algemeen meer tevreden over het proces en de uitkomsten van de zorginkoop voor 2017 dan zorgaanbieders. Dit beeld past bij de signalen dat sommige aanbieders weinig onderhandelingsruimte ervaren en dat verzekeraars meer invloed hebben op de contractering dan de aanbieders. Zowel over het proces als de uitkomsten van de zorginkoop is een behoorlijke groep aanbieders negatiever dan in 2016.
    Bij de uitkomst van de zorginkoop zijn zorgaanbieders het meest ontevreden over de afgesproken tarieven en de budgetplafonds.

In een eerste reactie op de uitkomsten van het onderzoek geeft de staatssecretaris aan dat hij op dit moment met de sector in overleg is over een mogelijk bestuurlijk akkoord wijkverpleging. Eind juni volgt een voortgangsbrief aan de Tweede Kamer.

laat hier een reactie achter

Naam
E-mail
Reactie

Laatste nieuws