nieuws

07 juli 2016VVT Nieuws

Kamerdebat over het IGZ rapport verpleeghuizen

Op woensdagavond 6 juli heeft de Tweede Kamer een spoeddebat gehouden over het eerder deze week door de IGZ gepubliceerde eindrapport over het toezicht op 150 verpleeghuizen.

De zorgen bij Kamerleden zijn groot. Verschillende Kamerleden hadden daarbij de indruk dat er sinds november 2014 niet zo veel veranderd is aan de kwaliteit in de onderzochte verpleeghuizen. De geconstateerde tekortkomingen en de toon van het rapport als ook van de aanvankelijke reactie van Staatssecretaris Van Rijn, waren volgens hen nog precies hetzelfde. Wat is er nu precies in die anderhalf jaar gebeurd? Hoe komt het dat na intensief toezicht van de inspectie nog steeds niet overal de basiskwaliteit, en dan met name de medicatieveiligheid overal op orde is? En wat gaat de staatssecretaris daar nu concreet aan doen?

 

 

Onbegrip over ‘draaiende’ Van Rijn

In zijn persbericht maandag 4 juli sprak Van Rijn nog heel stevige taal hoe er om gegaan moet worden met de verpleeghuizen waar de grootste zorgen over bestaan (de lijst met 11 zorgorganisaties). Geen enkele maatregel zou daarbij worden geschuwd; de verpleeghuizen moeten verbeteren anders worden ze gesloten. Veel Kamerleden stoorden zich eraan dat deze ferme taal van tafel is gegaan nadat de lijst van zorgorganisaties dinsdagavond openbaar is gemaakt. Is de situatie dan niet zo ernstig als hij eerst schetste? Dan zou er sprake zijn van paniekvoetbal constateerde Fleur Agema van de PVV, dat onnodig tot heel veel zorg en onrust heeft geleid bij bewoners en hun familie en medewerkers van de betreffende verpleeghuizen. Of, zo vroeg met name de SP zich af, hield de staatssecretaris de betreffende bestuurders van veelal grote zorgorganisaties de hand boven het hoofd, nu bekend was om welke organisaties het precies gaat?

 

 

Transparantie wordt breed gesteund, het proces verdient geen schoonheidsprijs

Kamerbreed onderschreef men het belang van transparantie over de kwaliteit van verpleeghuizen, door de IGZ én door deze verpleeghuizen zelf. Hier had men ook expliciet om gevraagd destijds in 2014. De manier waarop de lijst van 150 en met name de 11 categorie 1 verpleeghuizen naar buiten is gekomen, verdiende niet de schoonheidsprijs en de Kamerleden hadden graag eerder, tussentijds geïnformeerd willen worden over de stand van zaken. D66 en 50Plus hebben gewezen op de signalen van de zorgorganisaties die zeggen onterecht in categorie 1 te zijn geplaatst. Die signalen had ActiZ hen gistermiddag voorafgaand aan het debat nog expliciet meegegeven. Met name D66 maakte er een punt van dat transparantie gepaard moet gaan met zorgvuldigheid en altijd gebaseerd moet zijn op de meest actuele feiten. Hierover heeft D66 met 50 Plus een motie ingediend. Om nader uit te kunnen werken hoe de IGZ hier vorm aan kan geven, hebben de partijen ermee ingestemd om deze motie voorlopig niet in stemming te brengen. Daarnaast heeft Van Rijn aangegeven dat hij in oktober de Kamer zal informeren over de actuele stand van zaken bij de categorie 1 en 2 verpleeghuizen bij wie nog vervolgtoezicht plaatsvindt.

 

 

IGZ blijft aan zet, pas in uiterste geval interventieteams

In het debat verwees Van Rijn bij alle vragen over wat er concreet gedaan wordt aan de situatie bij de ‘ergste gevallen’ naar het toezicht van de IGZ en naar hun reguliere instrumentarium om in te kunnen grijpen (verscherpt toezicht, aanwijzing, tot en met een bevel tot sluiting aan toe). Pas als dit reguliere instrumentarium niet meer toereikend is, wordt het door hem aangekondigde interventieteam ingezet. Wanneer dit dan het geval is, werd niet heel duidelijk, evenmin hoe die teams er precies uit gaan zien en wat zij voor taken en bevoegdheden krijgen. Bij een aantal Kamerleden bestond de indruk dat de 11 organisaties in categorie 1 op de IGZ lijst sowieso een bezoek van dit interventieteam tegemoet kunnen zien. Dat werd niet expliciet bevestigd door Van Rijn.

 

 

‘Falende bestuurders’ moeten ontslagen worden

Er was veel discussie over wat de bevoegdheden zijn van de staatssecretaris zélf, naast die van de IGZ. Dat spitste zich vooral toe op de mogelijkheid om ‘falende bestuurders’ te kunnen ontslaan. Van Rijn wees de voorstellen die hierover werden gedaan, inclusief een motie van de SP, stuk voor stuk af, omdat hij ze veel te generiek vond. Hij vindt het in eerste instantie de taak van de Raad van Toezicht om als nodig bestuurders te ontslaan. SGP, D66 en Christenunie hebben een motie ingediend die het kabinet verzoekt er zorg voor te dragen dat Raden van Toezicht in het vervolg standaard geïnformeerd worden in het geval van ernstige tekortkomingen in de kwaliteit en veiligheid van de zorg, en over de geconstateerde voortgang van daarna ingezette verbetertrajecten.

 

Medicatieveiligheid moet na de zomer overal op orde zijn

Kamerbreed maakte men zich zorgen over de (medicatie-) veiligheid van bewoners. Waar Van Rijn wees op het nieuwe kwaliteitskader dat in de maak is en heldere indicatoren die ontwikkeld moeten worden om allemaal eenduidig over basiskwaliteit te kunnen spreken, zag je bij veel Kamerleden het ongeduld groeien. Eigenlijk had men de situatie op het gebied van bijvoorbeeld medicatieveiligheid al veel eerder op orde willen hebben. Daar zijn wat hen betreft geen nieuwe indicatoren voor nodig. De staatssecretaris moet ingrijpen en wel zo snel als mogelijk. Hierover hebben kabinetspartijen PvdA en VVD samen met de SP een motie ingediend, die eist dat na de zomer tenminste de medicatieveiligheid in de 11 categorie 1 verpleeghuizen op orde is. Van Rijn heeft dit vervolgens uitgelegd als dat hij erop toe zal zien dat het toezicht op de medicatieveiligheid op orde moet zijn.

 

 

Tekort aan voldoende opgeleid personeel

Hoewel de nadruk in het debat lag op de rol van bestuurders als oorzaak van tekortschietende kwaliteit, is er ook door een aantal partijen ingegaan op het gebrek aan voldoende deskundig/opgeleid personeel. De zorgzwaarte neemt in de verpleeghuizen toe, omdat mensen steeds langer thuis blijven wonen en dus later in het verpleeghuis komen. Eerder is in de Tweede Kamer een motie aangenomen die vraagt om een personeelsnorm. In het programma Waardigheid en Trots is gewerkt aan een personeelsrichtlijn. PVV en SP stelden dat voor voldoende personeel ook voldoende budget nodig is. Dat de bezuinigingen van € 500 miljoen op de Wlz zijn geschrapt en er extra geld voor zinvolle dagbesteding en opleidingen is vrijgemaakt, is voor hen niet voldoende. De SP heeft een motie ingediend waarin voorgesteld wordt een apart noodfonds op te richten om in specifieke situaties direct personeel ‘bij te kunnen plussen’. Van Rijn ging hier niet in mee. D66, GroenLinks, SGP en Christenunie hebben in een motie gevraagd om in overleg met ActiZ en V&VN een actieplan voor personeel op te stellen. Deze motie houden zij aan totdat Van Rijn met zijn eerder toegezegde rapportage in oktober bij de Kamer terugkomt.

 

laat hier een reactie achter

Naam
E-mail
Reactie

Laatste nieuws