20 januari 2014Zorg

RVZ geeft randvoorwaarden voor succesvolle decentralisaties

De Raad voor de Volksgezondheid(RVZ) heeft op 16 januari 2014 haar advies ‘Gemeentezorg’ aan staatssecretaris van Rijn aangeboden. Van Rijn had gevraagd om te kijken naar de kansen en de risico’s. De Raad geeft 5 aanbevelingen waaronder het advies om het extra geld voor wijkverpleging en sociale teams de eerste 3 jaar als (terugvorderbare) middelen toe te kennen.

Kansen en risico’s volgens de RVZ
De kansen dat gemeenten met de kanteling, synergie en maatwerk doelmatigheid en kwaliteit kunnen realiseren zijn groot. Gemeenten zullen ook een eigen invulling gaan geven aan de ondersteuning, passend bij lokale voorkeuren en cultuur. Dat leidt tot gewenste verschillen en is een motor voor innovatie in het sociale domein.

Een risico is dat er ongewenste verschillen tussen gemeenten ontstaan. Er kunnen in bepaalde gemeenten gaten vallen in de opbouw van de informele ondersteuning of in de signalerings- en toeleidingsorganisatie, doordat de kanteling niet krachtig genoeg wordt doorgezet, of wanneer men er niet in slaagt om kokers en schotten te doorbreken. Nog ongewenster zou zijn wanneer een gemeente, met het oog op kostenbesparing en risicoselectie, zou kiezen voor een schraal voorzieningenniveau. Dergelijke verschillen zullen eerder optreden als de verdeling van middelen niet goed aansluit, en in de toekomst blijft aansluiten, bij (de ontwikkeling van) de kosten bij een groeiend gemeentelijk sociaal domein dat door de kanteling een ander aanzien krijgt.

Een risico van andere aard is dat de verwachtingen over het tempo van kanteling en het potentieel van synergie en vrijwilligers en mantelzorgers, en daarmee over de budgettaire besparingen, niet realistisch zijn. De bestuurlijke discussie kan dan in een negatieve spiraal terecht komen, waarin de dekking van tekorten centraal komt te staan en het wederzijds vertrouwen afneemt.

Vijf aanbevelingen van de Raad
1) Organiseer een integrale landelijke monitor die jaarlijks rapporteert over uitkomsten op populatieniveau en over de voortgang van de transformatie (kanteling) bij alle gemeenten.
Het is belangrijk om in dit complexe en grote transformatieproces de vinger aan de pols te houden. Organiseer daarom een integrale landelijke monitor die jaarlijks rapporteert over uitkomsten op populatieniveau en over de voortgang van de transformatie (kanteling) bij alle gemeenten. Stel beleid van rijk en gemeenten zo nodig op basis van de uitkomsten van de monitor bij (actor: rijk en gemeenten).
2) Bevorder ondertussen de ontwikkeling van relevante competenties van gemeenten
Bevorder ondertussen de ontwikkeling van relevante competenties van gemeenten, door best practices uit te wisselen, master classes te organiseren, een landelijk instituut aan te wijzen dat dit proces wetenschappelijk ondersteunt met evaluatieonderzoek. Richt dit ook op competenties en best practices voor intergemeentelijke samenwerking (actor: rijk en gemeenten).
3) Onderzoek en monitor de beïnvloedbaarheid en operationalisering van sociale samenhang en neem deze factor op in het financiële verdeelmodel voor gemeenten
De transformatie leunt in belangrijke mate op de ontwikkeling van informele sociale samenhang. Met de voortgang van de transformatie neemt het gewicht van die samenhang als determinant van kosten toe. Onderzoek en monitor de beïnvloedbaarheid en operationalisering van sociale samenhang en neem deze factor op in het financiële verdeelmodel voor gemeenten.
4) Verzoek het CEG om een rapportage en advies over de do’s en dont’s bij inspanningen van gemeenten en zorgaanbieders om vrijwilligerswerk en mantelzorg meer verplichtend te maken.
Om doelmatigheid en kwaliteit van ondersteuning en zorg te vergroten zullen gemeenten en zorgaanbieders meer beroep doen op vrijwilligers en mantelzorgers. Verzoek het CEG om een rapportage en advies over de do’s en dont’s bij inspanningen van gemeenten en zorgaanbieders om vrijwilligerswerk en mantelzorg meer verplichtend te maken.
5) Bevorder een gelijk speelveld tussen gemeenten, eerstelijns zorg en AWBZ-zorg:
Financiële schotten en risico’s van afwenteling in de zorg staan al geruime tijd op de agenda. Benut de wijzigingen in de thuiszorg (decentralisatie, overheveling naar de Zvw) om voortgang te boeken op deze dossiers.

• Ken de extra middelen voor wijkverpleging en sociale wijkteams eerst drie jaar als (terugvorderbare) subsidie respectievelijk specifieke uitkering toe op voorwaarde dat gemeente en eerstelijns zorg samenwerken (actor: rijk, in overleg met gemeenten en zorgverzekeraars). Pas na die periode worden deze middelen structureel toegevoegd aan de reguliere bekostiging (gemeentefonds; risicoverevening).
• Beloon beperking van de instroom in de langdurige intramurale zorg via de bekostiging van gemeenten en zorg (verzekeraars en aanbieders) en/of maak mogelijk dat vanuit de toekomstige romp-AWBZ met gemeente en Zvw kan worden overlegd over en meebetaald aan kosteneffectieve ondersteuning (actor: rijk, in overleg met gemeenten en zorgverzekeraars).

ActiZ ondersteunt het stimuleren van de samenwerking tussen sociale wijkteams en de eerstelijns zorg evenals een financiële prikkel in deze richting. ActiZ staat eveneens achter het belonen van gemeenten en zorgaanbieders voor de inperking van de instroom in de langdurige intramurale zorg. Bij de tweede mogelijkheid heeft ActiZ haar bedenkingen. Er dreigt dan een vermindering van de middelen voor de AWBZ terwijl de zorgzwaarte toeneemt door de voortgaande extramuralisering.

Zie hier voor het volledige rapport.

1-DSC_0443