JGD-Preventie en zorg

Gezinsvoogd krijgt recht op noodzakelijke informatie

Per 1 januari 2015 krijgt de gezinsvoogd een eigenstandig recht op informatie. Het gevolg is dat artsen, en elke andere derde met een beroepsgeheim, desgevraagd en zonder toestemming van de betrokkenen een gezinsvoogd informatie moeten verstrekken (spreekplicht). Dit geldt alleen als de informatieverstrekking noodzakelijk is voor de uitvoering van de ondertoezichtstelling.

 

Wetswijziging

Dat een gezinsvoogd recht krijgt op informatie is het gevolg van de wetswijziging ‘herziening kinderbeschermingsmaatregelen’. Concreet betekent deze wetswijziging dat de arts verplicht is om medewerking te verlenen aan een verzoek om noodzakelijke informatie van de gezinsvoogd. Doordat de wet een spreekplicht oplegt aan een arts is hij niet gebonden aan het beroepsgeheim. Bovendien heeft de arts het recht om op eigen initiatief contact te zoeken met de gezinsvoogd  en noodzakelijke informatie aan hem te verstrekken over het gezin, zonodig zonder toestemming van betrokkenen. De KNMG wijst er wel op dat het wenselijk blijft dat de arts naar de betrokkenen openheid betracht over de informatie uitwisseling. De arts doet er goed aan om vooraf of zo snel mogelijk achteraf aan de betrokkenen te vertellen welke informatie aan de gezinsvoogd is verstrekt.

De arts bepaalt in samenspraak met de gezinsvoogd welke informatie in een specifieke situatie noodzakelijk is om uit te wisselen. De arts geeft antwoord voor zover hij daartoe, binnen zijn deskundigheidsterrein, in staat is. Maar die informatie is feitelijk van aard, want een behandelend arts geeft geen oordelen. Ook is het belangrijk dat de arts iedere keer een individuele afweging maakt en dat er niet complete  dossiers aan de gezinsvoogd verstrekt  worden.

 

1-DSC_0927-001