VVT-Wet en regelgeving

Géén verlaagd tarief overdrachtsbelasting verzorgingshuis

Een onroerende zaak bestemd voor gebruik als een verzorgingsinstelling is - gelet op wetsgeschiedenis - niet aan te merken als een woning in het kader van de overdrachtsbelasting. Dit volgt uit een recente uitspraak van een rechtbank. Hier geldt daarmee niet het verlaagde 2%-tarief voor de overdrachtsbelasting maar het reguliere 6%-tarief.

 

In een uitspraak van Rechtbank Den Haag komt zij tot de conclusie dat een onroerende zaak met de bestemming “wonen (maatschappelijke woonzorg)” en bestemd voor gebruik als een verzorgingsinstelling, niet is aan te merken als een woning. De rechtbank verwijst hierbij naar de wetsgeschiedenis waaruit expliciet blijkt dat een onroerende zaak die bestemd is voor gebruik als een verpleeg- of verzorgingsinstelling of ziekenhuis niet als woning kan worden aangemerkt.

 

Begrip woning verschil per belastingwet
Het begrip 'woning' voor de overdrachtsbelasting moet – voor alle duidelijkheid - los worden gezien van het begrip 'woning' in andere belastingwetten. Zo kan het onderhoud aan 'woningen' uit hoofde van btw-regelgeving tijdelijk, tot 1 januari 2015, nog delen in het lage btw-tarief van 6% op de arbeidscomponent van de werkzaamheden. Deze verlaging van het btw-tarief voor onderhoud geldt nog steeds tot einde dit jaar. Die tijdelijke maatregel ziet expliciet ook op het plegen van onderhoud aan verpleeg- en verzorgingsinstellingen.

 

1-DSC_0066-001