JGD-Wet en regelgeving

Landelijke nota gezondheidsbeleid 2016-2019

De gunstige ontwikkelingen in Nederland geven alle aanleiding om geen grote beleidswijzigingen door te voeren, maar het huidige gezondheidsbeleid juist met kracht voort te zetten. Daarover gaat deze nota gezondheidsbeleid, die het kabinet elke vier jaar uitbrengt, conform de Wet publieke gezondheid (Wpg).

 

Vasthouden aan eerder gestelde doelen
In de brief over de nota Landelijke nota gezondheidsbeleid 2016-2019 staan de eerder gestelde doelen:

  1. De gezondheid van mensen bevorderen en chronische ziekten voorkomen door een integrale aanpak in de omgeving waarin mensen wonen, werken, leren en leven.
  2. Preventie een prominente plaats geven in de gezondheidszorg.
  3. Gezondheidsbescherming op peil houden en nieuwe bedreigingen het hoofd bieden.
  4. Stabiliseren of terugbrengen van gezondheidsverschillen tussen laag- en hoogopgeleiden.

De meeste gezondheidswinst is nog steeds te behalen met verbetering van de trends voor de speerpunten: roken, overmatig alcoholgebruik, (ernstig) overgewicht, bewegen, depressie en diabetes.

 

Verkleinen gezondheidsachterstanden
Juist gemeenten kunnen gezondheidsverschillen effectief verkleinen door een brede en duurzame aanpak in de buurt of wijk, samen met lokale partijen en met een actieve rol voor de burgers zelf. Gemeenten kunnen gebruik maken van de aanpak en de resultaten van het Stimuleringsprogramma ‘Gezond in’. Via dit programma komen 164 gemeenten in Nederland tot en met 2017, in aanmerking voor ondersteuning (de GIDS-gelden, via een decentralisatie-uitkering. Voor meer informatie zie www.gezondin.nu).

 

Robuust stelsel publieke gezondheid, waaronder JGZ
Door een meer integrale benadering kunnen de doelstellingen van Jeugdwet, Wmo 2015, Wet passend onderwijs en Wet publieke gezondheid elkaar versterken. Zo leidt de samenwerking tussen jeugdgezondheidszorg en scholen in veel gemeenten tot een effectieve aanpak van ziekteverzuim onder leerlingen. Gemeenten worden opgeroepen om in te zetten op een integrale aanpak en de JGZ te betrekken voor beleidsinformatie èn bij de integrale teams, CJG’s, jeugd- en gezinsteams en in de zorg rond scholen. Het Stimuleringsprogramma Betrouwbare Publieke Gezondheid ondersteunt daarbij.

 

Terugblik Stimuleringsprogramma Betrouwbare Publieke Gezondheid
Hier werd al aangegeven dat de JGZ een unieke positie heeft om verbindingen te leggen tussen publieke gezondheid en het bredere sociaal domein. De JGZ als stabiele basis met een schat aan (epidemiologische) informatie en gegevens die gemeenten kunnen gebruiken om een aantal beleidsbeslissingen in het sociaal domein te onderbouwen, monitoren en evalueren en risicoprofielen op wijk-/buurtniveau of voor bepaalde scholen op te stellen.
De JGZ wordt meestal dichtbij, in de directe leefomgeving van mensen, aangeboden en heeft daarmee zicht op gezondheidsaspecten in de sociale en fysieke omgeving en kan een directe link leggen met andere organisaties, zowel binnen als buiten de zorg, om problemen aan te kaarten of op te lossen. Belangrijke partners zijn bijvoorbeeld huisartsen, verloskundigen, kraamzorg, jeugdhulpverleners en onderwijs.
Jeugdhulp en JGZ hebben elkaar nodig. Gemeenten zijn in staat de verbinding te leggen tussen de JGZ en de uitvoering van de preventieve activiteiten die vallen onder de Jeugdwet. Dit kan door de JGZ-professionals ook preventieve activiteiten te laten uitvoeren in het kader van de Jeugdwet.
Door optimaal gebruik te maken van de professionele deskundigheid in de JGZ hoeven kinderen/jongeren niet verwezen te worden naar andere zorgverleners buiten de JGZ. Ook is de JGZ in staat om in een vroeg stadium signalen op te vangen en door te geven zodat snel (lichte vormen van) ondersteuning kan worden geboden. De relatie tussen JGZ en jeugdhulp wordt ook versterkt doordat de jeugdarts, evenals de huisarts en medisch specialist, rechtstreeks kan verwijzen naar jeugdhulp (waaronder jeugd-GGZ).
JGZ en het onderwijs moeten sterker met elkaar worden verbonden. Het Extra contactmoment jeugdgezondheidszorg voor adolescenten en de verbinding met passend onderwijs zijn daarvoor belangrijke instrumenten voor de gemeenten.

 

Ouderen
De gemeenten hebben tot taak om de groeiende groep ouderen te ondersteunen om bijvoorbeeld langer zelfstandig thuis te kunnen wonen en om ook bij deze groep in te zetten op gezondheidswinst. Gemeenten kunnen op deze manier zorg op maat leveren. Gemeenten hebben een rol in het verbinden van lopende initiatieven gericht op ouderen, waar nu nog sprake kan zijn van versnippering.

Een lokale aanpak gericht op preventieve ouderengezondheid draagt bij aan het doel om ouderen vitaal te houden en langer thuis te kunnen laten wonen. Vanuit de Wet publieke gezondheid (artikel 5a) hebben gemeenten vanaf 2010 een verantwoordelijkheid om de preventieve ouderengezondheidszorg in te richten en uit te voeren. In 2012 is een evaluatie uitgevoerd van de implementatie van dit specifieke artikel. Daaruit bleek dat nog niet alle gemeenten in 2012 een goede invulling en uitvoering aan dit artikel hadden weten te geven. Met deze landelijke nota worden gemeenten opgeroepen het ouderenperspectief mee te nemen in hun lokale gezondheidsnota’s.

 

Reactie ActiZ
ActiZ Jeugd vindt het positief dat het ingezette beleid wordt doorgezet, dat geeft goede initiatieven de kans verder te groeien. Ook is de aandacht voor de verbinding tussen Jeugdwet, Wmo 2015, Wet passend onderwijs en Wet publieke gezondheid positief, . iets wat vanuit ActiZ Jeugd al steeds wordt bepleit.

 

Wat het hoofdstuk ouderen betreft ziet ActiZ dat in de brief zwaar geleund wordt op het gemeentelijk beleid. Het is zaak voor de op ons af komende situatie om het stelsel zo in samenhang in te richten dat overstijgende oplossingen mogelijk zijn. Wij missen in het rijtje “Wmo, Wlz en Wpg” dan ook de brug met de Zvw. Juist op die bruggen tussen de stelseldelen, de schakels voor een sterk netwerk, is toekomstige ‘preventie’-winst te boeken. Die oplossingen moeten de veranderende zorgvraag (o.a. de veranderende demografie met de ‘babyboom’-generatie) alert en pro-actief kunnen volgen. Met een tijdige, en actieve inzet van deskundigheid is ook bij toename van chronische aandoeningen (waaronder verdubbeling dementie-problematiek) veel zwaardere zorg te voorkomen of uit te stellen. Dat dubbeltje vroege inzet moet dan wel op tijd kunnen signaleren, adviseren en stimuleren -voor de in de brief genoemde doelen- om de euro duurdere zorg voor te blijven.

1-DSC_0927-001