Visie op Zorg voor Jeugd

1_VROEG_ERBIJ

Samenvatting

Met de decentralisaties en de omslag van zorgstaat naar participatiemaatschappij verandert er veel in de zorg voor jeugd. De ontwikkelingen zijn in volle gang en zijn nog niet uitgekristalliseerd. Dat biedt mogelijkheden voor de zorgorganisaties. Zij maken verschillende keuzes in hun eigen beleid, van breed tot smal, meer gericht op preventie en lichte hulp of juist uitbreiding met zware zorg, maar altijd waar mogelijk meer gericht op verbinden en integrale zorg in het sociale domein. De uitgangspunten van ActiZ jeugd zijn: vroeg erbij, normaliseren, dichtbij de burgers, vrije regel ruimte, aansluiten en concrete resultaten.

 

Vroeg erbij 
Normaliseren
Dichtbij de burgers 
Vrije regelruimte 
Aansluiting bij andere visies
Concreet resultaat voor gezinnen

 

Het gaat om het gewone leven, het gezonde opgroeien en positief opvoeden van kinderen. ActiZ verstaat daaronder de zelfredzaamheid en eigen kracht van het kind en het gezin versterken, eerder de juiste hulp te bieden, de situatie thuis te normaliseren en vooral integrale zorg en ondersteuning te  bieden binnen het gezin, de eigen buurt en op school. Dat betekent onder andere één gezin – één plan – één regisseur. ActiZ lobbyt actief voor vrije regelruimte van de professional om dit te realiseren. Bovendien maakt ActiZ verbindingen met andere transities in het sociale domein van zorg en werk. Dit sluit aan bij de uitgangspunten en visie van de Jeugdwet: kinderen gezond en veilig opgroeien, talenten ontwikkelen en opgroeien tot participerende volwassenen in de maatschappij.

 

De uitgangspunten van ActiZ jeugd zijn: vroeg erbij, normaliseren,  dichtbij de burgers, vrije regel ruimte, aansluiten en concrete resultaten

 

Vroeg erbij

De leden van ActiZ in het jeugddomein zijn deskundig op het gebied van (gezond) opgroeien, (normale) ontwikkelingsfases van een kind en positief opvoeden. Ze nemen daarbij als uitgangspunt de rechten van het kind. ActiZ jeugd streeft naar meer gezonde, veilige en blije kinderen als de beste manier van preventie. Dit doel is het best te bereiken door ‘vroeg erbij’ te zijn. Met andere woorden, kinderen hebben er baat bij als professionele ondersteuning zo jong mogelijk in het leven van een kind gegeven wordt, of zo snel mogelijk na de eerste signalen van risico’s voordat die zich tot probleem manifesteren. Dat heeft het grootste effect. Dat blijkt uit de kosteneffectiviteitsanalyse “Investeren in opgroeien en opvoeden loont!” Daarom hebben ActiZ leden programma’s die bij de eerste signalen kunnen worden ingezet, zoals VoorZorg, Stevig Ouderschap, good behavior programma’s op scholen en thuisbegeleiding voor gezinnen die de grip op het dagelijks leven kwijt zijn.
Naar boven

 

Normaliseren

Met normaliseren bedoelt ActiZ dat wat in de thuissituatie kan worden opgelost, ook thuis te laten oplossen. Als een probleem veroorzaakt wordt door een stoornis of aandoening moet dat snel mogelijk worden onderkend zodat de juiste en gewenste hulp ingeschakeld kan worden en het kind vervolgens zo snel mogelijk thuis verder kan, met het gezin , zo nodig met ondersteuning of hulp.

 

Om te normaliseren en verantwoord te ontmedicaliseren zijn professionals nodig die kennis en ervaring hebben met gezonde kinderen, de normale ontwikkelingsfases van kinderen en van positief opvoeden. De leden van ActiZ hebben professionals die in de wijk bij het gewone leven van gezinnen die ervaring opdoen. De jeugdverpleegkundige met een holistische (fysieke, psychische en sociale) en systeemgerichte invalshoek steunt gezinnen met een positieve benadering die gericht is op normaliseren van de situatie thuis. De jeugdarts met een brede deskundigheid van het kind, het gezin en de omgeving kan nagaan welke kinderen een stoornis of ziekte hebben en of gedragsproblemen veroorzaakt worden door een stoornis of ziekte en is bevoegd om te verwijzen zodat kinderen snel de juiste hulp krijgen. De JGZ kan dit niet alleen. Integrale zorg rondom het kind kan alleen slagen als elke schakel op de juiste plaats acteert. Immers een kind met een stoornis moet snel op de juiste plek en van de juiste hulpverlener, of dat de jeugdverpleegkundige is of de specialist, hulp krijgen om zijn kansen te optimaliseren. Daarbij blijft het uitgangspunt de eigen regie van ouders of de jongere zelf.
Naar boven

 

Dichtbij de burgers

ActiZ jeugd vindt dat er sterke basisvoorzieningen en een excellente eerstelijn moet zijn met als directe samenwerkingspartners de huisarts/praktijkondersteuners, verloskundigen/kraamzorg, jeugdgezondheidszorg/maatschappelijk werk/thuisbegeleiding, peuterspeelzalen/scholen, aangevuld met andere eerstelijns werkers afhankelijk van de lokale opzet. De eerstelijn schakelt snel en soepel met meer specialistische zorg.

Zo zien we dat er in het hele land een keur aan werkwijzen ontstaat, variërend van sociale wijkteams voor het gehele sociale domein voor alle leeftijden van 0-100 tot specifieke jeugdwijkteams werkend vanuit het CJG. Vanuit ActiZ leden participeren verschillende disciplines in de wijkteams zoals jeugdverpleegkundigen vanuit de JGZ, thuisbegeleiding, pedagogen/psychologen, etc. Deze diversiteit past bij decentraal beleid, aangepast aan verschillende populaties, wijken en doelgroepen. ActiZ jeugd kan zich in deze variëteit goed vinden mits de doelen worden gerealiseerd op een effectieve en efficiënte wijze. Al deze werkvormen hebben ook overeenkomsten: goede soepele samenwerking rondom de gezinnen waarin kinderen opgroeien. Of zoals een lid van ActiZ het uitdrukte ‘samenwerken zonder ego en zonder logo’.
Naar boven

 

Vrije regelruimte

De zorgprofessional heeft regelruimte nodig en vertrouwen dat zij die ruimte goed invult om optimaal te werken vanuit de eigen kracht van gezinnen en aan te sluiten bij hun behoeften. De transformatie is niet alleen een beweging naar meer eigen verantwoordelijkheid bij gezinnen, maar ook naar meer verantwoordelijkheid bij de professionals. Dat betekent dat de overheid ook anders moet omgaan met risico’s. De neiging is nu dat een incident in de zorg leidt tot nieuwe beheersmatige maatregelen. Deze regelzucht staat haaks op het transitiebeleid, waarbij meer verantwoordelijkheid bij gezinnen en zorgprofessionals komt te liggen. Regelruimte voor de zorgprofessional komt alleen tot stand wanneer overheid en gemeenten hun regelreflex loslaten ook zorgorganisaties vrije regelruimte geven.
Ook organisaties dienen regelruimte te krijgen vanuit de opdrachtgever gemeente, willen zij op hun beurt de professionals regelruimte kunnen bieden.
Naar boven

 

Aansluiting bij andere visies

ActiZ jeugd gaat uit van de visie van mens en maatschappij (MM) waar ziekte en zorg (ZZ) en gezondheid en gedrag (GG) onderdeel van uit maken, zoals beschreven in het boek: ‘De gezondheidsepidemie’ van Johan Polder. De Jeugdwet sluit daar op aan. De stelselwijziging, transitie en transformatie in de zorg voor jeugd is gericht op meedoen in de maatschappij en moet dit doel meer bereikbaar maken. Met de uitgangspunten: meer preventie, ontzorgen, zorg dichtbij, eerder juiste hulp op maat om het beroep op gespecialiseerde hulp te verminderen, integrale hulp en meer ruimte voor professionals.
Naar boven

 

Concreet resultaat voor gezinnen

Met bovengenoemde uitgangspunten wil ActiZ het volgende bereiken:

  1. Kinderen groeien gezond en veilig op tot participerende burgers.
  2. Trends in leefstijl van gezinnen met jonge kinderen worden snel en duidelijk vertaald naar een beleidsadvies voor gemeenten.
  3. Alle ouders krijgen steun, zodat problemen van gezinnen met preventieve steun zo veel mogelijk voorkomen worden, of behapbaar blijven en niet escaleren.
  4. Wanneer kinderen, jongeren of het gezin hulp of ondersteuning nodig hebben, krijgen ze die tijdig en waar mogelijk in eigen omgeving en integraal. Dit geldt ook voor intensieve hulp.
  5. Ouders of kinderen/jongeren hoeven slechts één keer een hulpvraag te stellen. Hierbij is ook aandacht voor de problematiek van andere kinderen in het gezin en op andere domeinen (werk, onderwijs, zorg, Wmo).
  6. Wanneer een gezin specialistische hulp krijgt buiten de eigen leefomgeving is dat tijdelijk en blijft waar mogelijk een verbinding met de eigen leefomgeving in stand zodat het kind zo makkelijk mogelijk kan terugkeren in het gezin.  
  7. Gezinnen doen minder een beroep op zware zorg, er is een divers aanbod van lichtere vormen van zorg direct en dichtbij beschikbaar.