Veranderingen en kansen voor zorgondernemersThuiszorgorganisaties zijn van oudsher sterk in eerstelijnszorg. Zij hebben de ervaring, expertise en de middelen in huis voor hoogwaardige verzorging thuis. Als aanbieder van integrale zorg zijn ze specialist in preventie, signalering, verpleging en & verzorging, palliatieve zorg en mantelzorgondersteuning. Ze kunnen bij uitstek de verbinding leveren in verschillende zorgketens.
De vraag naar zorg in de eerste lijn neemt toe door vergrijzing, een stijging van het aantal chronisch zieken en door verplaatsing van zorg van de tweede naar de eerste lijn. Om de groeiende zorgvraag het hoofd te bieden, sleutelt de overheid aan de financiering – bijvoorbeeld door overheveling van AWBZ zorg naar Zvw en Wmo en scherpere indicatiestelling.
ReorganisatieDe toenemende zorgvraag, bezuinigingen en wijzigingen in de bekostiging maken een reorganisatie van het zorgaanbod nodig. Hoe wordt deze zo effectief, efficiënt en doelmatig mogelijk geleverd? Wat doet de huisarts, welke rol heeft de wijkverpleegkundige, en hoe maakt het verpleeghuis zijn expertise extramuraal beschikbaar? Het speelveld van de eerstelijn verandert, er komen nieuwe partijen in het spel en de onderlinge verhoudingen worden gestuurd door nieuwe bekostigingsregels. Dat is het kader voor de aanbieders van zorg in de eerste lijn.
Nieuwe aanpak
De zorg in de eerste lijn kan en moet anders worden aangepakt, vinden overheid, cliëntenverenigingen, beroepsgroepen en zorgaanbieders. De regie bij de cliënt, wijkgericht werken, meer samenhang in de zorg van verschillende aanbieders – daar moet het heen.
Vrijwel alle partijen zien in de toekomstige eerstelijnszorg een belangrijke functie weggelegd voor de wijkverpleegkundige. Deze kan met een zorginhoudelijke en organisatorische coördinatiefunctie bijdragen aan kwalitatief betere zorg, zonder dat de kosten ervan hoger worden. Daarnaast moet de multidisciplinaire behandelexpertise die in verpleeghuizen aanwezig is, in de eerstelijn beschikbaar komen.
Kansen en dilemma's
In de huidige transitiefase liggen kansen en dilemma’s voor de zorgaanbieders. ActiZ ondersteunt de leden om kansen te grijpen en lobbyt voor goede randvoorwaarden.
ActiZ heeft op basis van een eerste veldverkenning een
visienota geschreven en een
plan van aanpak opgezet om de positie van de zorgaanbieders in de eerstelijn te versterken. Daarnaast heeft ActiZ in een
strategienotitie haar beleid over preventie in de VVT uiteengezet.
De hoofdpunten in het plan van aanpak
• De cliënt staat centraal. Daarbij hoort dat hij zoveel mogelijk de regie in eigen hand houdt en zelf kiest waar hij wil wonen en van wie hij zorg wil ontvangen. Het zorgaanbod moet daarbij passen. ActiZ lobbyt voor een bekostigingswijze, zoals het persoonsvolgend budget, die dat mogelijk maakt.
• (Thuis)zorgorganisaties bieden integrale zorg. Met de integrale benadering zijn zij bij uitstek in de gelegenheid om de verbinding tussen verschillende zorgketens te vormen. Goede samenwerking met huisartsen, ziekenhuizen en andere hulpverleners is essentieel. Niet minder belangrijk is een goede verstandhouding met zorgverzekeraars en zorgkantoren en goede afspraken over de inkoop van ketenzorg. Voor een goede ketenaanpak is het bovendien nodig dat de schotten tussen AWBZ, Zvw en Wmo verdwijnen, vindt ActiZ.
• Profilering wijkteams met voldoende deskundigheid en een centrale rol van de wijkverpleegkundige. Een wijkverpleegkundige met HBO opleiding heeft een breed takenpakket – verpleging, verzorging, regiefunctie, coördinatie en coaching. Om maximaal profijt te hebben van de expertise van goed opgeleide professionals, moeten zorgaanbieders ruimte hebben om de juiste persoon in te zetten. Een van de voorwaarden is ruimte in de indicatiestelling. ActiZ stimuleert de leden om die ruimte te gebruiken en pleit bij de overheid voor indicatiestelling door de zorgprofessionals.