Wmo
In 2007 is de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) ingevoerd. Sindsdien wordt 'huishoudelijke verzorging' niet meer gefinancierd uit de AWBZ maar is het een verantwoordelijkheid van gemeenten. De inwerkingtreding van de Wmo heeft een aantal ongewenste effecten veroorzaakt voor cliënten, voor thuiszorgmedewerkers en voor zorgondernemers. Waar dit aanvankelijk werd afgedaan als invoeringsperikelen, heeft ActiZ steeds benadrukt dat er fundamentele problemen aan de orde zijn. Uiteindelijk heeft dat ook geleid tot een wetswijziging in het voorjaar van 2009.
Eén van de doelstellingen van de Wmo was om cliënten keuzevrijheid te geven. In de praktijk is de keuzevrijheid van cliënten echter eerder beperkt dan verruimd. Veel gemeenten hebben namelijk het aantal aanbieders ingeperkt.
Wetswijziging
De wetswijziging heeft tot doel de cliënt meer keuze te geven. De cliënt krijgt de keuze tussen het ontvangen van een voorziening in natura, of een vergelijkbaar en toereikend persoonsgebonden budget, waaronder de vergoeding voor een alfahulp. Op die manier wordt voorkomen dat de client ongewild werkgever of opdrachtgever wordt. Alfahulpen mogen alleen worden ingezet met uitdrukkelijke toestemming van de cliënt nadat deze uitvoerig is voorgelicht over de consequenties van zijn keuze.
Verschuiving
De wetswijziging was nodig om de grote inzet van alfahulpen te reguleren. Hiermee wordt voorkomen dat cliënten werkgever worden zonder kennis of kunde over de arbeidsrechtelijke positie van alfahulpen.
De inzet van alfahulpen was sinds 2007 snel gestegen door de enorme verschuiving in het soort huishoudelijke hulp dat wordt toegewezen. Vóór de invoering van de Wmo werd 80% van de huishoudelijke verzorging uitgevoerd door Thuishulpen A, die behalve schoonmaaktaken ook bijvoorbeeld zorgen voor eten en drinken, het coördineren van de huishouding en mogelijke problemen en risico’s signaleren. Na de invoering van de Wmo was dit naar schatting nog slechts 20%.
Visie ActiZ
De Wmo biedt in potentie alle mogelijkheden om in de thuissituatie zorg- en dienstverlening op maat te bieden. Die potentie kan echter alleen benut worden als de cliënt centraal staat en er een objectieve, onafhankelijke en integrale indicatiestelling plaatsvindt. Die indicatiestelling moet leiden tot het toekennen van een persoonsgebonden/persoonsvolgend budget dat de cliënt bij elke aanbieder die aan bepaalde criteria voldoet kan besteden. Het is niet wenselijk, tenzij een cliënt daar bewust voor kiest, dat een cliënt de rol van werkgever op zich moet nemen. Om dat te realiseren moeten de tarieven toereikend zijn. Dat is tot nu toe nog niet in alle gemeenten het geval.
Deze punten staan beschreven in een visiedocument dat ActiZ samen met cliëntenorganisaties ANBO, CSO en LOC-LPR en de brancheorganisaties BTN heeft opgesteld.
Het gehele document is te vinden op http://www.anbo.nl/.

















Lees voor
